2037 km in een auto met (ex-)collega’s vrienden, hoe loopt dat? Vrij goed, zo blijkt! Met onze vierkoppige posse reden we in wijzerzin helemaal rond IJsland in een witte 4×4 die we Billy Bob doopten. We volgden daarvoor grotendeels de Ring Road (‘Hringvegur’ in het IJslands), die doet wat zijn naam belooft: in een cirkel rond het hele eiland lopen.

Met alle omwegen erbij kwamen we in totaal dus aan een afstand van 2037 kilometer. We overnachtten 7 keer onderweg, en nog 2 keer in Reykjavik om onze reis af te sluiten.

Ijsland route ring road

Achteraf gezien was dat behoorlijk veel en zaten we elke dag toch een paar uur in de auto.  Omdat in het donker rijden niet zo evident bleek, zaten we vooral overdag achter het stuur en dan is een dag toch snel voorbij. Voor een volgende trip zou ik me beperken tot één helft van het eiland (noord of zuid), en die helft dan meer in detail verkennen, met een meerdaagse wandeling thrown in. Je kan dan terugvliegen naar Reykjavik vanuit Egilsstadir (ter hoogte van de D op bovenstaand kaartje) in het oosten.

The Mighty Ring Road

The Ring Road, klinkt als een redelijk indrukwekkende autostrade, niet? Zo van het soort met een middenberm, en vluchtstroken, en vangrails in gevaarlijke bochten. Dat dachten wij dus ook. Maar we waren mis. Van zodra je Reykjavik uitrijdt, verandert de Ring Road in een soort provinciale baan (maar dan zonder de lintbebouwing). Op sommige plaatsen is de weg zelfs niet geasfalteerd, toch zot voor zo’n belangrijke weg!

Los van de Ring Road zijn grindwegen eerder regel dan uitzondering in IJsland. Over het algemeen waren die vrij goed begaanbaar, maar sommige wegen waren een waar mijnenveld van gigantische putten, plassen en/of schapen.

Het is ook niet zo uitzonderlijk dat je met je auto eventjes een rivier moet oversteken. Zorgde toch voor een paar spannende momentjes zoals hier toen we de rivier Krossá probeerden temmen onderweg naar Þórsmörk. Uiteindelijk werd de rivier zò diep en wild dat we noodgedwongen rechtsomkeer moesten maken, ondanks onze 4×4.Voor dit soort geintjes heb je een SUPERJEEP nodig, zo blijkt.

Voorbereiding

Qua voorbereiding hadden we ons beperkt tot het maken van een Google Map, met daarop alle plaatsen en dingen die we wilden zien of bezoeken. Om die kaart te vullen pluisden we heel wat blogs en reissites uit, aan dit artikel hadden we bijvoorbeeld veel. Resultaat was één chaos van ‘dingen die we willen zien’, waaruit we schrapten wat te ver van de Ring Road lag. Voor de rest zouden we wel zien onderweg.

IJsland Google map chaos

Nu bleken in mijn vriendenkring een aantal (verbazend veel!) mensen te zitten die al in IJsland geweest waren. Allemaal begonnen die zenuwachtig te lachen telkens we zeiden dat we eigenlijk nog geen accomodatie geboekt hadden. En nu snap ik waarom. IJsland is Thailand niet, waar je in elk gehucht kan kiezen tussen tientallen guesthouses en hostels. In IJsland ligt alles ver van elkaar, gescheiden door eindeloos lijkende lavavelden, diepe fjorden of groene heuvels. Je kan er uren rijden zonder een teken van de bewoonde wereld tegen te komen. Al een geluk dus dat we het een beetje Spaans benauwd kregen van alle waarschuwingen en tòch slaapplaatsen regelden (4 dagen voor vertrek is ook nog op voorhand hé?). We hadden al genoeg moeite om de geboekte accommodatie überhaupt te vìnden. Al heeft het ook z’n charmes als de instructies naar je AirBnB  “Aan het grote stoomgat naar links, en dan bij het tweede stoomgat naar rechts” luiden. 😀

Ruig land

Je ziet het al aan de beelden: IJsland is veel desolater dan ik dacht. Compleet anders dan wat ik eerder zag. Ruiger. Wilder. Kouder. Want hoewel ik Australië ook al mijn portie eindeloze leegte gehad heb, zorgt het weer en de ongepolijste woestenij van de natuur hier voor een extra ruig kantje. Een beetje een duister kantje ook. Ik kan me gerust voorstellen dat je hier tijdens een lange donkere winter een beetje gedeprimeerd geraakt van het gure weer en het IJslandse groen-zwart-grijs-kleurenpallet. Tijdens de landing zag het er nochtans veelbelovend uit, maar twee uur later reden we stapsvoets door de dichte mist naar onze eerste stop in Borðeyri. Als je naar IJsland gaat weet je dat het geen strandweer wordt, natuurlijk. Wij hadden dagen met 9°, maar evengoed dagen met 4°. Dat is best koud, ja, voor een zomermaand. Van die eerste paar dagen hebben we dus vooral veel foto’s van wij die staan koukleumen 😀

Sunshine, lollipops and rainbows fjords and waterfalls

Gelukkig brak op dag 4 van onze reis de zon door, en zelfs na amper 3 dagen in de regen maakte dat een wereld van verschil. We maakten die dag dan ook een prachtige wandeling langs de fjord van Seyðisfjörður. Elke wandeling waarbij je over watervalletjes moet springen is een goeie wandeling, in my book.

Jökulsárlón: where glaciers go to die

Dat mijn humeur sterk beïnvloed wordt door het weer, dat wist ik al. Iedereen die ooit al met mij op weekend ging zal dat beamen (sorry you guys!). Niet zo raar dus dat één van mijn andere hoogtepunten in IJsland ook zonovergoten was: het prachtige gletsjermeer van Jökulsárlón aan de zuidkust. Wat was dat zeg, zo magisch mooi. Dan sta je daar temidden van de eeuwenoude brokken gletsjer, bezig aan hun laatste tocht richting zee, en krijg je een live demonstratie van het woord ‘ijsblauw’. Af en toe wordt de stilte doorbroken door een stuk ijsschots dat met veel gekraak en geplons kantelt of afbreekt. Of zie je plots een zeehond baantjes trekken tussen de ijsbergen. See for yourselves:

Voor een volgende keer: onbedoelde omwegen naar het eind van de wereld, het Guinness World Record watervallen in één land, badderen in een warmwaterrivier en een verslag van hipster capital Reykjavik!
Of heb jij specifieke vragen over IJsland? Stel ze gerust in de comments!