Het was ons zowaar gelukt om een huurauto te vinden om diezelfde dag nog mee te vertrekken: een parelmoerroze Toyota (luistert naar de naam Kirby) zou ons de komende week door het groene Nieuw-Zeelandse landschap loodsen. De Indier die ons de auto verhuurde was compleet onverstaanbaar en slaagde er niet eens in ons de basisinformatie over onze nieuwe bolide diets te maken. Met als resultaat dat het toch een kleine tien minuten duurde tegen dat ik ontdekte dat we hier met een automatique te doen hadden, en nog eens tien minuten voor ik doorhad dat hoe ik hem in vooruit en achteruit moest zetten en waar de handrem zat 😀 Niet dat ik niet kan rijden he! (voor er hier overhaaste conclusies worden getrokken!)

Eerste stop was het heel toepasselijk genaamde Hot Water Beach, waar je rond laagtij een putje in het zand kan graven dat dan prompt volloopt met heet grondwater (dankzij een magmalaag op 2 km diepte, ofzo). We kozen het dichtstbijzijnde logement dat we konden vinden en kregen daar een omgebouwde caravan als slaapplaats toegewezen, die in het midden van een grote tuin gezellig stond te wezen. Verder waren daar geen andere gasten, dus speelden we lekker huisje in ons stoffig caravanneke, en kropen vroeg onder de wol WANT! Ook wij wilden natuurlijk ons prive hot pool uitspitten op het strand, alleen hadden we het laagtij overdag gemist. Onze wekker dus om 3u s nachts gezet om bij nacht en laagtij (heb jem?)  in het pikkedonker met een pillamp en schop naar het strand te trekken. t Is eens iets anders nietwaar! We waren er helemaal alleen en wisten bijgevolg niet goed waar we precies moesten beginnen graven. Een uur later leek het strand wel een mijnenveld en begonnen we kippevel te krijgen, toen we ineens onze tenen verbrandden! Heet water!! Uit de grond! Het bleek nogal een uitdaging om het kokend hete water op badtemperatuur te krijgen door er koud zeewater in te mengen, en eigenlijk hebben we meer ons achterwerk verbrand dan iets anders, maar t was toch vreselijk plezant!! Zit ge daar zo in het midden van de nacht op een halve meter van de zee in een heet badje… Tegen half 6 onze schup afgekuist (letterlijk! haha!) en natuurlijk niet meer kunnen slapen, dus maar een beetje naar de melkweg liggen staren. Good times!

De volgende ochtend werden we gewekt door de kippen die in de tuin rondscharrelden, en vertrokken we op wandel naar Cathedral Cove bij Hahei. Die streek (de Coromandel) is gewoonweg schitterend. Achter elke bocht schuilt een compleet ander landschap. Het ene moment wandel je in de Provence, twee heuvels  verder bevind je je in een Iers aandoend pastoraal landschap, weer wat verder is het plots een voorhistorisch oerwoud vol varenpalmen…wat een diversiteit! Tegen de avond reden we door naar Waitomo, dat bekent staat om zijn grotten. Er waren 4 andere mensen in de boerderij waar we logeerden, een Duits en een Israelisch koppel, dus hebben we de hele avond met ons gezessen Monopoly gespeeld en elkaar Duitse, Nederlandse en Hebreeuwse woorden geleerd :-)
De tocht door de grotten zelf was echt geweeeldig (Eddy Wally style)! We kregen een wetsuit, helm met koplamp en allerlei veiligheidsgespen aangemeten en rappelden (?) 30 meter de grot in. Prachtig om dan vanuit de diepte naar boven te kijken en het daglicht in de vorm van groene, waterachtige stralen de grot binnen te zien vallen. Er kwam vanalles bij kijken, van speleologie tot tubing, en vooral…gloeiwormen! Zegt die gids dan zo plots van draai jullie lampen eens uit, en dan zie je overal oneindig veel groene lichtjes schijnen! Bizarre beesten, die gloeiwormen. Ik had dat nog nooit gezien en was helemaal door het dolle heen, echt fantastisch vond ik het. Precies of je zit IN een sterrenhemel, in plaats van eronder te staan. Het is niet dat die beestjes de grot echt verlichten, maar je kan toch de contouren van de rotswand onderscheiden in het donker.
s Avonds besloten Willem en ik een nachtelijke wandeling te maken in een bos wat verderop, en ook daar krioelde het van de gloeiwormen langs de rivieroevers en op rotswanden. Echt magisch.

Next stop: Rotorua, een stad die letterlijk uren in de wind stinkt. Al kilometers voor je er effectief bent, walmt de geur van rotte eieren je al vrolijk tegemoet. Dat er daar mensen kunnen wonen! De streek rond Rotorua is een zeer actief vulkanisch gebied, en het is dus geen reusachtig stort dat voor de stank verantwoordelijk is, maar wel de alomtegenwoordige zwaveldioxide. De hele stad (ook wel Sulphur City genoemd) stoomt en broebelt dat het een lieve lust is, niet echt een plek om met kleine kinders naartoe te gaan. Om de zoveel meter zit er gewoon een gat in de aardkorst ofzo, waaruit hete dampen en stoom opstijgen of waarin kokende modder borrelt, dikwijls gepaard met een uiterst giftig uitziend fluorescerend kleurtje en een misselijkmakende walm. Ik zou er toch mijn tenen niet insteken. En dus niet alleen in de thermal areas he, maar ook gewoon in het stadspark en naast de kerk! Om naar de marae (Maorigemeenschapshuis) te geraken moesten we zelfs een kokend riviertje over! Ik was al niet echt op mijn gemak, stel dat dat plots iets uitbarst ofzo, maar blijkbaar zitten er diep in de grond speciale sensoren waarmee ze nieuwe uitbarstingen twee weken op voorhand kunnen voorspellen. Gezellig :-)
Een groot deel van de inwoners in Rotorua zijn Maori, dus kan je afstemmen op Maori-tv-posten en radiozenders, en hoor je ook gewoon Maori spreken in de straten. Wat leuk was, want tot nu toe had ik enkel over de Maoricultuur geleerd in musea. Leuk dus om te zien dat het echt een springlevende cultuur is en dat ook de taal verre van dood is. s Avonds gingen we naar een ´cultural experience´. De naam alleen al doet vermoeden dat dat een redelijk toeristische bedoening is, en ik ga daar niet onnozel over doen: dat was het ook. Maar tegelijk is het ook een unieke kans om de authentieke Maoridansen, gezangen, instrumenten enzovoort eens in levenden lijve te zien. We zagen ook een haka, een war dance (het NZ rugbyteam doet die voor elke match om hun tegenstanders schrik aan te jagen, het is ook redelijk scary als ze zo hun ogen ver beginnen opensperren en hun tong uitsteken :p) Er kwam ook een hangi aan te pas, een traditionele, op hete keien gekookte maaltijd. En we kregen uitleg bij de mokoo, of tattoos, die Maori traditioneel op hun gezicht hebben. Natuurlijk zou het mooier zijn om bij een echte Maorifamilie te gast te zijn en al die dingen in een niet-commercieel kader te ervaren ,maar lets face it: thats not gonna happen. Ben heel blij dat ik dat allemaal eens gezien heb!

Nog zoń indrukwekkende voormiddag brachten we in WaioTapu door, een geothermisch park vol kokende modderpoelen, gifgroene meren met fluo-oranje afzettingen, gaten langs het pad waaruit ploffende geluidjes komen, enfin, een compleet buitenaards en bevreemdend landschap dat niet zou misstaan als decor voor een van die post-apocalyptische films. We zagen er ook de Lady Knox-geiser ‘afgaan’, of hoe zeg je dat :p , had ik ook nog nooit gezien. Man man, ik ga dat in juni zo moeilijk gewoon raken om niet elke dag iets fantastisch en prachtig en nieuw te zien! We worden hier echt wel verwend ze.

Taupo was een  beetje een teleurstelling, aangezien de twee dingen die we daar wouden doen (de Tongariro Alpine crossing, een dagwandeltocht over vulkanen, en skydiven)door slecht weer in het water vielen en Taupo zelf niet echt veel soeps was. Willem is dan maar gaan bunjyjumpen, zot zijn doet geen zeer zeker? Ik weet eigenlijk niet waarom ik denk dat het minder griezelig gaat zijn om mij uit een vliegtuig te smijten dan van een brug, maar t is toch zo 😀  Willem smeet zich daar zo zonder enige aarzeling achterstevoren van dat platform, ik ga daar zeker een half uur staan jammeren van ‘dont push me!! DONT PUSH ME!’  😀
Wat daar wel heel erg de moeite was, was de wandeling langs de Waikatorivier naar een mooie waterval, en de beloning achteraf! Ergens langs die rivier ontspringt namelijk een heetwaterbron, die via de rotsen een miniwatervalletje de rivier instroomt. Kleren uit en bikini aan dus! We zaten daar zo als enige in een afgeschermd plekje tussen de rotsen, vlak onder dat heetwatervalletje. Een all natural bubbelbad, met jetstream jong! En als het toch even te heet werd, moest je maar twee meter verderop zwemmen in de koudere rivier. Een superbizarre sensatie om tegelijkertijd warm en koud te hebben, mijn vel tintelde er helemaal van! We hebben daar zeker een uur zitten stomen, en daarna waren we zodanig loom dat we in een cafeetje elk twee taartjes gaan eten zijn, haha. Als ge iets doet, moet ge het goed doen he.