Weer zo’n irritante blogger

Drie recente incidenten die ik efkes wil delen, en een sluimerend dubbel gevoel daarrond.

Incident 1: Onlangs vertelde ik één van m’n kennissen over Vree Ver Weg. “Oh nee,” zei die, “Zeg mij nu niet dat jij zo’n omhooggevallen blogtrut bent! Leest iemand dat, al die gesponsorde outfitposts en zelfingenomen verslagen uitstapjes en shoplogs??”
Oeps, efkes confronterend (al moest ik wel even verduidelijken dat ik geen modeblog heb :-)).

Ben ik een blogtrut? I sure hope not! Ten eerste denk ik niet dat ik als ‘blogger’ kan gecategoriseerd worden. Daarvoor ligt de blogfrequentie hier veel te laag. Idem voor mijn ‘reach’. Want inderdaad: wie leest dat? Dikwijls heb ik het gevoel dat blogs vooral gelezen worden door andere bloggers, en dat alles een beetje in rondjes draait. Ten tweede hoop ik vooral dat ik geen trut ben :-)

Incident 2: Een eerlijke vriend die me vertelde dat hij mijn blog bewust niet leest, omdat hij er alleen maar jaloers van wordt. Wie zit er te wachten op iemand die stoeft over haar reizen waarop je zelf niet mee was?

Right, dat is natuurlijk niet de bedoeling. Ik merk dat ik me zelf ook meer en meer erger aan de Instagram-accounts, blogs en Pinterest-quotes die reizen als statussymbool verheerlijken. Wie niet reist, leeft niet écht, volgens die norm, en is een bekrompen filistijn wiens blik op de wereld niet verder reikt dan een etentje bij de Turk. En als je niet van reis terugkomt met professionele selfies (hebben die allemaal een fotograaf mee op reis ofzo?) kan je evengoed niet vertrekken. Ik word daar zelf een beetje kregelig van (beetje ironisch zeker voor iemand met een reisblog?).  Niemand moet zich verheven voelen boven de rest omdat hij/zij de luxe heeft om op reis te gaan. Ik ken genoeg mensen die nooit op reis gaan, omdat ze daar de behoefte niet aan hebben. En dat is perfect OK.

Incident 3: Vorige week kreeg mijn bonnemaman een trombose en was het een paar dagen niet zeker of we ze überhaupt nog terug gingen krijgen. Inmiddels is ze weer helemaal de oude, maar dat is weer zo’n moment waarop ik mezelf heel onnozel voel als ik een blogartikel deel op Facebook.

Al die dingen zorgen ervoor dat ik niet zoveel zin heb om te bloggen. Ik wil niet dat mensen denken ‘daar is die Claire weer, zitten stoefen over haar reis!’ Ik wil gewoon af en toe een leuke ervaring delen. Ik ben de Lonely Planet niet. Mijn posts moeten niet alle correcte praktische info bevatten voor een bestemming. Ik heb geen professionele cameria en mijn selfies zijn 9 op de 10 keer voorzien van een dubbele kin of een photobomber in de achtergrond. Mag het? :-)

Vree Ver Weg was altijd bedoeld als gewoon verhaaltjes vertellen.
Destijds was bloggen een handig alternatief voor de mailtjes die ik van op reis naar vrienden en familie stuurde. En reizen is nog altijd iets wat ik graag en veel doe, en uiteraard  is het een dankbaar onderwerp. Als uit Vree Ver Weg leuke kansen uit voortkomen: des te beter, maar de nulmeridiaan loopt niet door mijn gat. (Dat klinkt vrij pijnlijk dus al een geluk!)
Al mag ik op Instagram natuurlijk wel stoefen als ik aan het zwembad op de camping lig hé, blogtrut die ik ben 😉

Trouwens for the record: ik deel hiermee puur mijn dubbel gevoel bij bloggen/reisfoto’s posten. Dit is dus hoegenaamd geen aanval op (reis-)bloggers die het professioneler willen aanpakken dan ik. In tegendeel, ik ben fan van authentieke, goedgeschreven blogs als Wanderer’s Blues, Days on the Road en Tjoolaard. En de reizen die zij maken steken dan weer míjn ogen uit. Dan is de cirkel rond, zeker? 😉

De kleine hoarder in mij

Kelly schreef onlangs over kaartjes. Kaartjes van papier, zoals dat vroeger zo normaal was. Grappig want ik vond het zelf al lang eens tijd om eindelijk uit de kast te komen als cartofiel (I just made that up).
Het is een feit dat ik, 18 jaar nadat mijn laatste pennenvriendinnetje naar mijn e-mailadres vroeg, ik nog altijd meermaals per dag in de brievenbus kijk. Er zou maar eens iets leuks kunnen inzitten. Post is soms het leukste cadeautje.

Helaas voor mij en mijn doos ‘KAARTJES’ (ja die bestaat) gebeurt het bijlange niet zo vaak meer dat er een handgeschreven leutigheidje in de bus zit. Anderzijds heb ik vrienden en een lief met begrip voor mijn -ernstige, maar niet fatale- conditie. Ze sturen me kaartjes uit het buitenland – een vriend stuurt naar eigen zeggen nog twee kaartjes van op reis: één naar zijn oma, en één naar mij. Hoe lief!). En ze sturen me kaartjes met kerst, want behalve een cartofiel ben ik ook een kerstofiel. Die komen respectievelijk aan de frigo en aan mijn kerstkaartenslinger te hangen.
En toen we in oktober mijn verjaardag in Vietnam zouden vieren, verzamelde Nicky vooraf kaartjes bij familie en vrienden om me er de ochtend van mijn verjaardag mee te verrassen. Ik bedoel maar. KAARTJES!

IMG_9760
32 worden tussen de rijstvelden. Met meer dan 10 Belgische verjaardagskaarten :-)

Ik gooi ook nooit ofte nimmer een kaartje weg. Wat ik daarnet zei over mijn doos ‘KAARTJES’? Dat was gelogen, want het zijn er drie. Eén voor verjaardags-, kerst- en zomaarkaartjes; één voor trouw- en geboortekaartjes, en één voor postkaartjes van op reis. En met  ‘drie’ bedoel ik natuurlijk acht, want in mijn ouderlijk huis staan nog de dozen van voor ik het huis uitging. *kuch*hoarder*kuch*.
Nee serieus, kaartjes weggooien is heiligschennis. Period. (top topical!!)

Vorige week had ik een kleine aanval van “aah het is hier zo rommelig!” en vlogen alle postkaartjes van mijn frigo, zodat je nu bijna de oorspronkelijke kleur ervan kan zien onder alle magneten. Ik herlas alle kaartjes één voor één, om ze nadien op te bergen in de doos. Toen herlas ik elk kaartje in de doos, en waren we weer 2 uur verder.
Wist je trouwens dat er maar liefst 6 kaartjes in zitten die door mezelf in een exotisch oord geschreven en gefrankeerd zijn, en niet op de bus gedaan? Bij deze: Hugo & Sarie, hier ligt nog een kaartje uit Bali voor jullie. Kevin & Koen: idem uit Marrakech. En voor iemand me ervan beschuldigt dat ik het expres doe om het kaartje te kunnen houden: in de meeste landen (steden?) koop ik er ook eentje voor mezelf. Soms stuur ik het zelfs op en ben ik blij als een kind wanneer het toekomt. Voilà, tot zover de biecht.

Of nee wacht. Eén keer stuurden we een kaartje met de app Postcard van de Post. Eigenlijk een geweldige app. Op de voorkant van het kaartje komt één van je eigen reisfoto’s, via je app verzend je de boel en tadaa: en een dag later ligt het gepersonaliseerde kaartje al op de deurmat van de bestemmeling. Maar toen zag ik bij één van die bestemmelingen de getypte tekst op de achterkant en dacht ik….nèèèèh. Dit wordt geen grote liefde. Waarmee mijn kortstondige affaire met de de postkaart 2.0 ten einde was.
Nu is de biecht echt voorbij!

Ik toon jullie nog een paar van mijn mijn schatten :-) (met excuses voor de mottige foto’s; daglicht is niet het sterkste punt van ons appartement)

Echte vrienden sturen ook kaartjes als ze op weekend gaan in eigen land:

kaartjes uit blankenberge sint-idesbald en malmedy

Deze kaartjes kreeg ik zo te zien onder lichte dwang:

Supermooi kaartje uit de US, een reproductie van de posters die in de jaren 30 gemaakt zijn om de nationale parken te promoten (hier zie je ze allemaal). Toen we nadien zelf naar de Amerikaanse Westkust trokken, schafte ik er me zelf wat aan. De bedoeling is dat die ooit in een kader aan de muur komen:

IMG_3258IMG_3259

De vriend met de oranje camionette vond in Salzburg geen kaartje dat hem aanstond, en knutselde er dus zelf eentje:

IMG_3253

Kaartje van de familie Mozart. Creepy yet classy, en ook al uit Salzburg! Wat valt er daar te doen dat ik niet weet?

IMG_3254

Mijn collectie naar het thuisfront gestuurde kaartjes uit Australië en Nieuw-Zeeland. Die ik zelf geconfisqueerd heb, of ze vliegen nog de vuilbak in!

IMG_3262

En uiteraard: copulerende lama’s. Want landschappen zijn zo overrated:

IMG_3261

2016: een top reisjaar!

29 december, 7u30 en aan wachten op onze vlucht naar Berlijn (wiehoew!). Het is nog maar de tweede keer dat ik oudejaar in het buitenland ga vieren (de eerste keer was 7 jaar geleden in Sydney) en ik heb er zin in! Ons 4-daags bezoekje aan vriendin Tine (die tijdelijk in Berlijn woont) is meteen het laatste tripje van 2016 én het eerste van 2017. Een goed begin van wat hopelijk weer een goed reisjaar wordt.
2016 was wel extreem, wat reizen betreft. Ik denk dat ik nog nooit zo vaak weggeweest ben. Mijn nieuwe job (bij KrisKras) heeft daar natuurlijk grotendeels mee te maken: niet alleen heb ik meer vakantie dan vroeger, maar probeer maar eens thuis te blijven als je dag in, dag uit bezig bent met reizen en zalige reisroutes ziet passeren!

Minder blij met mijn geglobetrot (dat is vanaf nu een woord) is mijn spaarvarken, dat zo goed als niet gespekt is geraakt dit jaar. Fair to say dat ik serieus boven mijn stand geleefd heb. Spijt heb ik daar niet van, want ik heb toch maar mooi weer een stukje van de wereld gezien. Elke trip was de moeite waard, van een paar dagen Rotterdam, Leuven of Hamburg tot 3 weken Vietnam; maar twee reizen staken er duidelijk bovenuit.

Toppers in 2016

De twee reizen die me het meest zullen bijblijven, zijn die naar New York en ons weekje kamperen in de Dolomieten. 

New York was nog veel epischer dan ik me had voorgesteld, en om die stad te kunnen ontdekken met familie was iets om nooit te vergeten. Als ik eraan terugdenk zit ik gegarandeerd met een grote smile op mijn gezicht.


Over de week in de Dolomieten is nog niet geblogd, hoewel het er onwaarschijnlijk prachtig was. Ik was bijna vergeten hoe graag ik in de bergen rondhuppel. Aangenaam warm maar niet heet, frisse berglucht, groene alpenweiden, bergmeertjes en milkakoeien, alles een beetje trager doen (wat je van backpacken in Vietnam niet kan zeggen!)… Added bonus was de locatie van de bergen in kwestie. We zetten ons tentje op in Zuid-Tirol, een regio die misschien wat oubollig klinkt maar die de perfecte mix heeft van Oostenrijkse gemutlichkeit en Italiaanse keuken. Heerlijke pasta’s midden in de bergen, yes please!


Een hele week op dezelfde plek logeren was ook echt eens fijn. Ik ben van mezelf nogal rusteloos en onthaasten op de camping deed me echt deugd (zeker met zo’n zicht op de Seiser Alm!). Al moet ik erbij zeggen dat we ook een nacht in een berghut geslapen hebben tijdens onze tweedaagse wandeling :-) Het bloed gaat waar het niet kruipen kan, zeker? Absoluut voor herhaling vatbaar, zo’n meerdaagse tocht. Om de wandeling zelf, natuurlijk (toch een beetje mezelf overwonnen, onder lichte dwang van m’n sportief lief), maar ook om de berghut! Op een grote zolder slapen naast Italiaanse families en Duitse studentes, de geur van zweetsokken, ontbijten met zicht op de wolken, ’s avonds gezelschapsspelletjes spelen in een bommadecor met andere wandelaars,… ik hou wel van die kneuterigheid :-) Noem het hygge en het is ineens hip!


Ik besef dat ik oneer aandoe aan de andere geweldige bestemmingen in 2016. Hamburg was top en een aangename verrassing, Tel Aviv exotisch en spannend, Andalusië een beetje nat maar wie maalt daarom als je midden op de dag een dutje mag (moet!) doen? 

Nu nog tijd maken om fotoalbums te maken, zo’n fysieke weerslag blijft toch een meerwaarde vind ik. Dat zal dan een taakje voor in 2017 zijn!

Ik wens iedereen een topjaar toe. Dat iedereen gezond mag blijven, dat er lekker eten op tafel komt, dat je een stukje van de wereld mag zien, dat je mag knuffelen en geknuffeld worden, dat er rust in je hoofd mag zijn. En een goed feestje vanavond! :-) 

Dingen die ik niet had verwacht over Israël

Sinds dinsdag zijn Evi & ik terug van een 5-daagse in Israël! Behalve Tel Aviv zijn we er ook met het openbaar vervoer op uit getrokken naar de Dode Zee en Jerusalem en dat was een zeerrrrr goeie beslissing.

Laat ik beginnen met een paar dingen die me zijn opgevallen in het land van de eeuwige hummus en die ik niet meteen verwacht had!

  • Dat de mensen zo vriendelijk zouden zijn. Uit mijn eerdere ervaringen met Israëli was ik al half tot de conclusie gekomen dat dat allemaal arrogante, onbeleefde egotrippers waren. Maar in Israël zelf, zonder zeveren -met uitzondering van 1 lompe boer- alleen verblindend vriendelijke mensen tegengekomen. Behulpzaamheid van het normale soort, als in: mensen die zien dat je op de kaart staat te kijken en vragen of ze misschien kunnen helpen, tot extreme voorbeelden: tot twee keer toe stopte een auto midden op de baan omdat hij anders door Evi’s foto zou rijden. Of ze waren undercover spionnen en wilden daarom niet op de foto, dat kan natuurlijk ook.
  • Dat de Dode Zee vettig zou zijn. Dat wist ik nu eens echt niet, se. Blijkbaar zorgen al die zouten en mineralen in dat water daarvoor (de exacte chemische uitleg laat ik aan experts over). Op het hele -trouwens spiegelgladde- wateroppervlak ligt een film alsof er juist tien pullen zonnecrème uitgegoten zijn. Zelf kom je helemaal glibberig uit het water, niet van het elegante soort waarbij je van die droge olie over je gebronsde lijf gesmeerd hebt, maar echt alsof je in een badje Bertoli Extra Vierge liggen dobberen hebt. Speciaal :-) Het water was overigens wel helder, dus het zag er daarom niet vies uit ofzo.

tel-aviv-2016-vree-ver-weg-claire-bracke-21

  • dat ik mij geen seconde onveilig zou voelen. Israël is natuurlijk nogal controversieel als bestemming, niet alleen omwille van mogelijke aanslagen. Maar het gekke is dat, hoewel het conflict met de Palestijnen wel héél dichtbij wordt uitgevochten, je daar (op dat moment) quasi niks van voelt in het dagelijks leven. Ik had verhalen gehoord van road blocks met controles, van een overweldigende militaire aanwezigheid in Jerusalem en van snauwende douaniers. Wij zagen vooral veel 18-jarige jongens en meisjes die hun legerdienst plezant proberen maken. Kereltjes met een babyface die met hun uniform en kalasjnikov poseren voor de foto of flirterige opmerkingen maken, meisjes die er sexy, hip of zelfs schattig uitzien in hun veel te stoer legerpak, maar nooit geváárlijk. Nu zijn we natuurlijk geen gesprek over de Israelische politiek begonnen, je moet het ook niet zoeken :-) Wél heel raar: soldaten in burger maar met wapen. Dan zie je een blond meisje lopen met een hip kleedje en een kalasjnikov nonchalant over de schouder geslingerd. Het semi-automatisch wapen als lokaal mode-accesoire.

tel-aviv-2016-vree-ver-weg-claire-bracke-19tel-aviv-2016-vree-ver-weg-claire-bracke-30

  • dat het zo modérn zou zijn. Niet dat ik nu had verwacht dat er kamelen en tulbanden aan te pas zouden komen, maar het blijft toch het Midden-Oosten en daar vormen wij ons toch een specifiek beeld van. Iets met gammele bussen, chaos in de straten, locals die geschoffeerd zijn door je blote benen, en ABSOLUUT GEEN WATER VAN DE KRAAN DRINKEN. In de plaats kregen we lijnbussen met airco en on-board wifi, een gay beach, reden hippe mensen rond op e-bikes en trotinetten, waren er wolkenkrabbers en muren vol street art, en bleek kraantjeswater in heel het land perfect drinkbaar. Dat zal natuurlijk wel eigen zijn aan Tel Aviv, dat bekend staat als enorm liberaal en modern. Maar dan nog.

tel-aviv-2016-vree-ver-weg-claire-bracke-7tel-aviv-2016-vree-ver-weg-claire-bracke-2

tel-aviv-2016-vree-ver-weg-claire-bracke-12

  • dat het openbaar vervoer anderhalve dag per week gewoon plat ligt. Ik wist natuurlijk wel dat zaterdag sabbat is, de joodse rustdag. Maar dat die al op vrijdagnamiddag om 16u begint, én dat er tout court géén openbaar vervoer is tijdens de sabbat (ook niet in modern en overwegend seculier Tel Aviv), daar had ik blijkbaar overgelezen. Handig als je ’s vrijdags om 15u toekomt op de luchthaven 😀 De man aan het treinloket liet ons zonder ticket op de trein springen omdat het de laatste was, sympathiek want aan taxi’s (die wel rijden op sabbat) ben je ook snel een berg shekels kwijt.
  • ook over het Hebreeuws één en ander bijgeleerd! Bijvoorbeeld dat Hebreeuws één van de enige dode talen ter wereld is die succesvol gereanimeerd werd. Met een eigen schrift, dat van rechts naar links gaat, waardoor wij menukaarten altijd omgekeerd vasthadden. En met veel gggg-keelklanken (op dat vlak heeft het iets Hollands) en een vree Franse ‘r’. ‘Isrrrraël’, zeggen ze. Cijfers gaan trouwens wel van links naar rechts!

tel-aviv-2016-vree-ver-weg-claire-bracke-11tel-aviv-2016-vree-ver-weg-claire-bracke-20tel-aviv-2016-vree-ver-weg-claire-bracke-15

Veel dingen staan in drie verschillende schriften aangeduid (Hebreeuws, Arabisch en ons Latijn schrift) maar er komt ook veel gokwerk aan te pas. We waren bijvoorbeeld op zoek naar een adresje uit de Lonely Planet, maar aangezien je nergens uithangborden of namen kan lezen, is dat niet zo evident. Bushaltes: nog zoiets. En al een chance dat we niet moesten tanken!tel-aviv-2016-vree-ver-weg-claire-bracke-14tel-aviv-2016-vree-ver-weg-claire-bracke-16

Over nostalgie en mijn 10-jarig blogjubileum

Ik heb van mijn leven nog nooit op een Gmail-advertentie geklikt, tot vandaag. Want wat vandaag boven mijn spam-mails stond te blinken, trok voor een keer wél mijn aandacht.
“Blookup,” stond er, “Tranform your blog into a book.”

Nu moet je weten dat ik destijds een Erasmus-blog bijhield over mijn jaar in het Spaanse Valencia. Hééél af en toe schiet mij dat weer te binnen en ga ik een beetje lezen en mijmeren over dat speciale jaar, dat mijn leven op zoveel vlakken een andere wending gegeven heeft. Maar de blog in kwestie staat op een oude Blogger-pagina, en wie weet hoe lang duurt het nog voor dat, 73 posts incluis, allemaal plots verdwijnt in het zwarte gat van de internet-archieven?

el-gran-salto
Dat ik die schrijfsels toch eens allemaal moest opslaan, dacht ik dan, maar ik zag me al zitten copy-pasten tegen de sterren op. Want we spreken over 195 pagina’s tekst – in die tijd lag mijn blogfrequentie ietske hoger dan nu, ahja met al die avonturen die ik op dagelijkse basis meemaakte :-)
En nu stond die advertentie daar plots, bijna op de kop 10 jaar nadat ik op Erasmus vertrok. Ongetwijfeld een teken van de Erasmus-goden.
(En ook, WABLIEFTERU?? 10 JAAR??!!? Daar had ik dus serieus tot vandaag niet bij stilgestaan…)

Dus: een geprint boekje van die blogposts, mooi in volgorde en met de foto’s erbij die ik toen met veel moeite op die site wist te krijgen, hoe leuk zou dat niet zijn? Een geïllustreerde samenvatting van de 4 dagboeken die ik tijdens dat jaar wist vol te pennen.
Enfin, ik heb mij dus zo’n boekje besteld, en ik vond dat de moeite waard om die site te delen. Kan niet anders of er zijn nog mensen die zoiets zochten maar tot nu toe niet vonden. Ik laat nog weten of het op iets trekt! Als het mij aanstaat, maak ik er ook eentje voor mijn posts uit Australië sie.

Ik heb er dus vanavond een heerlijk nostalgische avond opzitten, want alle 195 bladzijden opnieuw gelezen. En goed gelachen ook. Hoe anders je toch schrijft als je weet dat de enigen die meelezen je familie en dichte vrienden zijn. Hoe vlot het er toen allemaal uitvloeide; aan nalezen deed ik niet, want het was toch gewoon om het thuisfront op de hoogte te houden van mijn Spaans academiejaar. Op een bepaald moment zit er zelfs een post bij die bestaat uit 1 zin waarin ik mij kwaad maak omdat ik niet vaker mails van datzelfde thuisfront krijg.

Ook grappig: de dag dat ik tussen de soep en de patatten vermeld dat ik me heb aangemeld op Facebook.com (toen nog onbekend in België), en het omschrijf als “een soortement geavanceerde MSN-Spaces waardoor ik de foto’s van mijn maatjes hier naar hartelust kan stelen, hiephoi”. Haha, MSN Spaces!
Niet vergeten dus: op 22 oktober van dit jaar vier ik mijn 10-jarig Facebook-jubileum. Ik ben zeker dat ik daar een serieuze trendsetter mee was in België :-)

Ahja, voor wie zich afvraagt waar die blognaam ‘El Gran Salto Adelante’ vandaan kwam: dat is de Spaanse term voor ‘De Grote Sprong Voorwaarts’. Over die Maoïstische kunstgreep hadden we in de pol&soc zalig interessante lessen gekregen van ons aller lievelingske professor Doom en dat was blijven hangen. En aangezien een jaar alleen in een vreemd land gaan zitten voor mij een serieuze sprong in het duister was –ik had nog nooit op kot gezeten, sprak geen Spaans dat ik niet in Jommeke gelezen had, kon niet koken en ging nooit op reis (!)- was de naam snel gevonden.

Er zit trouwens een geniaal accurate (vind ik toch) omschrijving bij van een week Fallas in Valencia (de lokale Gentse Feesten, zeg maar). Die herpubliceer ik hier binnenkort eens, denk ik!

Drie dagen Hamburg

Moin Moin! (= hallo in het Hamburgs)
Mensenlief, hoe lang kan je met blogposts in je hoofd zitten die er maar niet uitkomen? Nochtans niet stilgezeten; het is zomer voor iets. ’t Is wel ook duidelijk dat ik een mens van ‘vlagen’ ben. 3 blogposts per week schrijven en dan een maand niks, bijvoorbeeld. Of plots peper in mijn gat krijgen en na anderhalf jaar couchpotato spelen uit het niets elke 2 dagen gaan lopen. Voor zolang het weer duurt, natuurlijk. Want mijn motto voor lopen is hetzelfde als dat voor bloggen:

motto

Maar! Over mijn (ons) lang weekend in Hamburg moét ik wel iets vertellen, want dat was écht cool. Vriendin Tine en ik reden er donderdagavond na het werk naartoe, om ter plaatse om 1u ’s nachts bij haar gastvrije vrienden onder de wol te kruipen. Toch verder dan ik eerst dacht hoor, Hamburg, 7,5u rijden en dan nog olie-signaallampjes die beginnen pinken en wij die -cliché cliché- niet goed weten hoe dat nu weer zat met peilstokken en 1000 merken motorolie op een Deutsche Autobahnwinkel. We zijn er geraakt, da’s het belangrijkste!

Ewel, Hamburg is nu echt eens een stad waar ik zou kunnen wonen. Nochtans niet de meest sexy bestemming, ik had er zelf nooit aan gedacht eigenlijk.
Doordat we bij vrienden logeerden, kregen we een inkijk in Het Deutsche Leven Zoals Het Is, en dat lijkt me hoegenaamd geen straf. Hamburg is een grote stad, maar enorm groen en overal zie je water. Het stadhuis kijkt uit over het kleinere Binnen-Alster-meer, dat op zijn beurt overvloeit in de grote Aussen-Alster. Elke stad zou eigenlijk een meer moeten hebben hé. En dan zijn er nog de talloze rivieren die in het weekend bevolkt worden door Hamburgers in een kajak, SUP, roeibootje of ander drijvend object. En dat is een rare zin. Hihi, Hamburgers.

Goldbekkanal HamburgBinnen-Alster meer Hamburg

Alles lijkt in Duitsland trouwens zo goed geregeld voor jonge ouders: een jaar ouderschapsverlof na de geboorte is er de norm, de vele speeltuintjes zijn uitnodigend in plaats van creepy, creches gaan met hun koters alle dagen naar buiten (daar hebben ze speciale buggy’s voor, om 6 kleuters in één keer te kunnen vooruitduwen!),… Kindjes worden ook met regenjasjes en rubberlaarsjes naar de creche gestuurd, om in alle weersomstandigheden buiten te kunnen. Super toch! (De snotvallingen moet je er waarschijnlijk wel bijnemen)

Wijken in Hamburg

We verkenden verschillende wijken, met de 100% Hamburg-gids als leidraad. Met die boekjes moet je soms echt een beetje geluk hebben, maar in dit geval hield de auteur van hetzelfde soort dingen als wij en was het absoluut een voltreffer. Het allerleukst vond ik het Schanzenviertel, om de leuke winkeltjes, cafeetjes en restaurantjes en de Berlijnse, licht alternatieve sfeer. De Marktstraße en de Schanzenstraße zijn de levendigste daar, maar zigzag vooral door passages en allees voor min of meer verborgen parels.

Gefundenes Fressen HamburgRommelmarkt lettermallen druk HamburgIMG_5066

winkeltjes Schanzeviertel

Karolinen-Passage Hamburg

De wijk Sankt-Pauli grenst aan het bohemien Altona en heeft een rauw kantje, zalig om een dag door te brengen. En het stuk langs de Elbe huisvest de beste visrestaurants, vismarkt en de enige echte Hamburgse strandbar. Ook indrukwekkend: de wijk Speicherstadt/HafenCity, een groot uitgevallen DOK noord. Een toffe mix van havenindustrie, oude bakstenen pakhuizen, en hippe initiatieven. Ze bouwen er al sinds 2007 aan de Elbphilharmonie (of ‘Elphi’ voor de vrienden): een fantastisch nieuw concertgebouw dat begin 2017 de deuren opent. De zitplaatsen vormen er een cirkel rond het orkest, het ziet er nu al prachtig uit. Ooit woon ik daar een concert bij (sponsors welkom)!

Speicherstadt Hamburg

HafenCity HamburgElphi HamburgStrandbar Pauli Hamburg

Goh, eigenlijk vond ik heel Hamburg super, misschien op de binnenstad na. Daar was niet zoveel sfeer, maar dat was misschien een momentopname?

IMG_4752IMG_4944

Sex & drugs & hippies aan de Reeperbahn

Ons bezoek viel ook samen met het drukske weekends van het jaar (“Das Wochenende des Wahnsinns” volgens de lokale krant). Zo was in de binnenstad een triatlon aan de gang, konden we wat concertjes meepikken op het slotweekend van de Altonale (een soort Gentse Feesten in de wijk Altona, aanrader!), en vielen we per ongeluk middenin het driedaagse Schlagerfest aan de beruchte Reeperbahn. De Reeperbahn is van oudsher de plek waar matrozen die al maanden droog staan van bil kunnen gaan in één van de etablissementen in dit langgerekte Red Light District. Nog steeds trekken neonborden met tot de verbeelding sprekende tekeningen de aandacht van de bronstige man, en viert decadentie er hoogtij. Hét toneel voor een hippie-schlagerfestival, moet iemand gedacht hebben. Drie dagen lang is de hele straat afgesloten voor iets wat nog het meest lijkt op een City Parade voor hippies. Overal brede broekspijpen, flower power-hemden, ronde brilletjes en peace-tekens. Nog niet helemaal mee wat nu precies de link is tussen schlagers en hippies, maar soit. Aangezien wij compleet underdressed waren, in ons saai 2016-plunje, gingen we maar cocktails drinken in één van de zijstraatjes van de Reeperbahn. We zaten daar in leuk gezelschap, en de cocktails zijn er -net als op veel plaatsen in Hamburg- zeer zacht geprijsd. Ideaal!

SchlagerMove HamburgSchlagerMove Reeperbahn Hamburg

Das Universum kennenlernen und Kuchen essen

Verder werden er rommel- en streetfoodmarktjes gefrequenteerd, hielden we halt bij meer dan 1 leuk Kafee-und-Torte-huisje, aten we bij Oma’s Apotheke de BESTE schnitzel die ik ooit van mijn leven geproefd heb, zaten we op speeltuinen en fruitmarkten met de tweejarige peuter van de vrienden, ontbeten we twee keer op locatie (avocado! mozarella-tomaat! roereitjes!), en gingen we zelfs twee keer lopen in één van de fantastische stadsparken die Hamburg rijk is. Hoe flink zijn wij niet, zeg? Alles op het gemakje -behalve het lopen, puf!- want dat kon gewoon.

Aan de muur van koffiehuisje Harbor Cake ontdekte ik tevens mijn nieuw levensmotto: “Ich will das Universum kennenlernen und Kuchen essen.” Twee motto’s in één blogpost?! Ewel ja.

IMG_4642

Wat de parken betreft: het gigantische Planten un Blomen-park, in het centrum van de stad, is echt de moeite. Om eens door te wandelen, om een namiddag te luieren of te picnicken, om ’s avonds de muzikale fonteinshow mee te maken, of om jaloers te staan kijken naar kindjes die zich amuseren in de waterspeeltuin.

Getest en goedgekeurd:

  • Strandbar Pauli: met de voetjes in het zand van een cocktail nippen aan de oevers van de Elbe. Je kan ook zwaaien naar de vrachtschepen die met de regelmaat van de klok voorbij varen. After all, this still is HafenCity!

strandbar Elbe HamburgIMG_5021

  • Streetfoodmarkt in de Rindermarkthalle, elke zondag tussen mei en september van 12 tot 18u.
  • De Ratsherrn-microbrouwerij in de Schanzenhöfe. Met een winkel vol craft beers en een zeer aangenaam aanpalend café/terras.

Brouwerij Hamburg

Freunde Hamburg

 

  • Filmpje meepikken (en genieten van het mooie pand!) bij Zeisse Kinos. In de zomer zijn er ook op meerdere plaatsen outdoor screenings. Het weer leende zich daar tijdens ons bezoek niet echt toe, maar op een zwoele zomeravond moet dat de max zijn! Zeisse Kino Hamburgindependent small cinema Hamburg
  • Harbor Cake: een gezellig adresje in retrostijl voor taart en koffie, met levenswijsheden on the side.

Harbor Cake Hamburg

  • Doen: gekke bekken trekken in de Photoautomat. Nog een analoge photobooth, maar de 4 minuten wachten zijn het meer dan waard. Dat kot begint gewoon zonder enige waarschuwing foto’s te trekken, maar het levert wel grappige plaatjes op :)

Photoautomat en andere souvenirs Hamburg

’t Is misschien wel duidelijk: ik vond Hamburg de max. Groot genoeg om als toerist te blenden tussen de locals, maar met wijken die elk hun eigen kleinschalige sfeer uitademen. Vergelijkbaar met Berlijn? Ja, maar dan zonder de historische landmarks die de hoofdstad rijk is. Maar mét Currywurst, gelukkig maar.

Mij mogen ze hier gerust een jaartje als expat naartoe sturen. Ich soll mein Deutsch alfast ein bisschen üben. Ofzo.

IMG_5081

New York: momentjes om in een luciferdoosje te bewaren

Geen big sights, maar kleine momentjes met een gouden randje.

  • Bruce Willis-gewijs gelijk drie zotten door de hele metro lopen en de sporen onder je heen zien schieten, om in de juiste wagon voor onze halte te geraken. Wie wil er nu overstappen via het perron als je Die Hard with a Vengeance kan naspelen? #jeugdsentiment

downtown trains new york

 

  • Met mijn NY Yankee foamfinger op het hotelbed staan springen om middernacht. Want boxspring!!
  • Pepperoni pizza slices die uit de Ninja Turtles lijken weggelopen. Zooo lekker. Perfect als midnight snack na een paar cocktails, maar ook als snelle hap voor de musical.
  • Banana pudding van bij Magnolia Bakery (bekend van Sex and the City!). Channelling our inner Carrie.

 

Magnolia Bakery banana pudding

  • Breakfast date (om 7u ’s morgens, dankuwel!) met iemand die je in Australië leerde kennen en al 6 jaar niet meer gezien hebt. Babbelen alsof het gisteren was.
  • Uitgenodigd worden voor de after-work drink op diens kantoor in Williamsburg, met zicht op de zonsondergang over Manhattan. En gratis empanadas en margarita’s!

IMG_2302

  • In duizend parkjes liggen. Er gezelschapsspelletjes spelen. Kijken naar straatartiesten. Stiekem achter trotse ouders gaan staan en mee foto’s trekken van studenten in paarse toga’s.
  • De laatste avond frozen margarita’s gaan bestellen aan de toog en even als outsider kunnen kijken naar papa & broer die samen leute zitten maken daar in die Mexicaanse bar. Mijn beide handjes kussen.

IMG_2323

  • pastelkleurige icecream trucks!

Dat hebben we dan ook weer meegemaakt

Stommiteiten en bizarre toestanden. Die achteraf soms voor de beste anekdotes zorgen.

  • Na een bijzonder fijne avond mijn portefeuille laten liggen in een cocktailbar in Little Italy. Dat pas beseffen als ik mijn pyjama al aanheb. Om 1u ’s nachts helemaal terugwandelen en mijn portefeuille -mét volledige inhoud, $300 en paspoort inclusief- terugkrijgen. Ik moet in een vorig leven moeder Theresa-allures gehad hebben.
  • Je MetroCard op hotel laten liggen en dus toch nog een hele dag aparte ticketjes moeten kopen. Stom, ik weet het :-)
  • Met de fiets verloren rijden tussen de joodse schoolbussen in een of andere wijk in Brooklyn. De blauwe Citibikes zijn sowieso een aanrader, zelfde systeem van stadsfietsen als in bv. Londen of Parijs, en perfect doenbaar als je de (op de kaart groen aangegeven) fietspaden wat volgt.
  • Pintjes van $16. Of, voor de ongelukkigen die geen bier lusten: $18 voor een cocktail. Toegegeven, dankzij het zicht vanop de vele rooftop bars vergeet je al snel dat je er een kwart maandloon aan het doorjagen bent. Ik ben aan het overdrijven hoor; niemand die je lastigvalt als je maar aan dat net-niet-lege glas blijft nippen.
  • Ugly naked guy die in een strandstoel skoebiedoe’s zit te knopen in Washington Square Park. Niemand die daar vreemd van opkijkt.

ugly naked guy new york

New Yorkse adresjes die ik nog wou delen

img_2287-1

Aan eten en drinken geen gebrek in New York! Hier alvast een paar plekjes waar je sowieso goed zit. En één kapperszaak 😉

Geen tips uit een reisgids, die kunnen jullie gewoon ook zelf kopen (de gele NYBE gids is trouwens een aanrader voor adresjes! Minder voor wandelingen/kaarten). Gewoon een paar adresjes die we zelf getest en goedgekeurd hebben. Herinneringen zijn mogelijks gekleurd door geweldig gezelschap :-)

  • Aunt Jake’s: de meeste restaurant in Mulberry Street (Little Italy) zijn hopeloos tacky en/of belachelijk duur. Maar hier aten we in een leuk decor superlekkere verse pasta voor $13 de man, met gratis kraantjeswater erbij. Soms kan het ook gewoon simpel zijn. En nog gezellig ook!

  • The Mulberry Project: speakeasy cocktailbar naast Aunt Jake’s, waar mijn portefeuille een avontuurtje beleefde. Behalve eerlijk zijn ze er ook goed in hun vak, dat kan mijn broer -cocktailadept van dienst- bevestigen.

  • Tompkins Square Bagels in de East Village. Ik vond bagels altijd een beetje overroepen maar sinds onze lunch hier ben ik verkocht. Dat warme, zachte, ziltige deeg; die chive cream cheese… omnomnom.

  • Stumptown Coffee Roasters vlakbij Washington Square Park in Greenwich Village: me aangeraden door een local, wiens broer een eigen koffiebar in Melbourne uitbaat. Heel mooie inrichting en lekkere koffie en lattes. Meer moet dat niet zijn ze.

Aan koffiebars trouwens geen gebrek in New York! Bedenk wel dat het dikwijls ‘to go’ is, en dat je dus zeker niet altijd kan zitten. Een beetje frustrerend als het regent/koud is/je voeten zeer doen van al dat wandelen. Nog proefondervindelijk ontdekt: een WC is verre van altijd voorhanden.


  • Devociòn in Williamsburg: channeling my inner hipster. Onwaarschijnlijk hippe koffiebar waar ik gerust een paar namiddagen onledig zou kunnen maken, zo met m’n Macbook enal. :p

  • Fellow Barber: barber shop op meerdere locaties, oa in SoHo. Hippe kerels zoals m’n broer laten hier hun haardos bijknippen door rasechte New Yorkers, al dan niet op leeftijd.
  • Mexicaans is altijd lekker. Wij aten op onze eerste avond ons buikje rond bij Lupe’s in SoHo. Gezellig druk en wat rommelig, maar zeker waar voor je geld. Lekkere tacos’s of burrito’s koop je bij één van de foodtrucks die je rond de middag tegenkomt in de straten. 

Bestijg den trein nooit zonder uw valies met dromen

img_3010

Ik zal het maar ineens toegeven: ik bezit, op een rood handbagagetrolleytje na, geen enkele reisvalies. Ten eerste heb ik geen plaats om die op te bergen -tenzij misschien als originele koffietafel- en ten tweede kan ik altijd wel een valies lenen van mijn ouders of broer, die over de jaren heen een mooie collectie hebben aangelegd.  Geen valies dus, wel een backpack. Een rugzak is toch dikwijls handiger als je echt meerdere weken rondtrekt. Ik bedoel: ik zie me nog niet met een grote reiskoffer op een Indonesisch brommertje klimmen. Je gooit dat ook niet zomaar aan boord van een trein of boot, om maar iets te zeggen. Een backpack dus, die helaas na 9 jaar trouwe dienst onlangs de geest gegeven heeft. Spijtig genoeg is het model uit productie is en ben ik momenteel naarstig op zoek naar een ander model dat ik me (ik zit met vrij ernstige scoliose & torsie van de ruggengraat) niet met rugpijn opzadelt. Want dat kan je op reis missen als…euh…tandpijn?

Ok, dus we hebben: 1 handbagagetrolley en 1 kapotte backpack.
Zoals jullie weten trekken we er dikwijls ook een weekendje op uit en daar knelde de laatste tijd het schoentje. Ik begon het een beetje gênant te vinden om ergens toe te komen met mijn gerief in zo’n rood-blauw geruite plastieken tas gepropt – you know, zo’n tas waarmee Afrikaanse families altijd op luchthavens komen aanzetten. Ik bedoel: classy is anders. En of ik het nu wil of niet: ik ben nu een thirty-something vrouw! Tijd om wat meer in stijl te weekend-trippen. Tijd voor wat meer Angelina, en wat minder Bag Lady.

Om maar te zeggen dat ik er wel oren naar had toen Duifhuizen koffers en tassen me een reistas liet uitzoeken om te reviewen.
HUZZAH, eindelijk een deftige weekendtas!

Nu moet je wel weten dat ‘Kies maar wat je leuk vindt’  één van de moeilijkste opdrachten is die je mij kan geven, ongeacht de context. Of het nu over een reisbestemming gaat, wat ik ga eten, welke kleur sokken ik vandaag ga aandoen… Dat was dus in dit geval niet anders. En ik kende Duifhuizen niet, maar hun webshop is zeerrrr uitgebreid en dat maakte het kiezen natuurlijk niet makkelijker. #firstworldproblems

Hoewel ik heel duidelijk op zoek was naar een weekendtas, heb ik toch ook even getwijfeld om toch voor zo’n Samsonite-valies met 4 wieltjes te gaan waarmee je pirouettes kan draaien, of OOH MOOIE LAPTOPTAS! Of toch een eigen Eastpak op wieltjes?

Meerdere avonden en een kleine driehonderd browsertabbladen later viel mijn keuze uiteindelijk op deze mooie Chesterfield weekendtas:

Chesterfield weekendtas van Duifhuizen koffers en tassen webshop

Een dag later had ik ‘m al in huis, vlotjes dus. Op de site lijkt de tas eerder camelkleurig, maar hij bestaat uit een mooie kleur cognac leer. Ideaal, want dat vind ik vele mooier :-) Dit weekend gin ik er voor het eerst mee op stap, bestemming Condroz. Qua grootte was mijn initiële vrees ongegrond: er pasten probleemloos wandelschoenen en teenslippers in (we zijn optimistisch!), kleren voor 2 dagen, toiletgerief, bedlinnen, keukenhanddoek en een rol aluminiumpapier. Er was zelfs nog plaats over voor wat gezelschapsspelletjes. En doordat de rits helemaal tot beneden opengaat, kan je er eens ter plaatse makkelijk je pyjama uithalen, want die heb je natuurlijk helemaal onderaan gestoken. 
De tas staat op 4 minipootjes, dus als je ze op de grond zet, raakt de onderkant niet vuil of beschadigd. (Met m’n backpack dierf ik al eens in het rond gooien, maar op zo’n deftige leren tas ga ik toch zuiniger zijn :-) )


Het enige minpuntje tot nu toe, is dat de schouderriem zelfs op z’n kortst te lang is voor mij. Al ligt dat waarschijnlijk volledig aan mij en mijn bijzonder kort rompje :p

Ik ben alleszins heel content met mijn nieuwe aanwinst én met het feit dat ik niet meer met een assortiment plastieken tassen moet toekomen bij m’n schoonmama voor een weekendje Blankenberge.

Move along, Angelina!

Waarmee verplaatsen jullie zich op reis? Good old backpack, of toch een flashy valiesje? Gooi het in de comments!

PS: de titel van dit bericht is ontleend aan het gedicht ‘Bericht aan de reizigers’ van Paul van Nijlen.

PS 2: Dit is de eerste keer dat ik een product uittest. Dit wil ik enkel doen met producten waarvan ik denk dat het ook voor jullie interessant kan zijn, en dan nog zeer met mate. Mijn mening is dan ook de mijne. Als het mij niet aanstaat, schrijf ik nog liever niets. Just so you know 😉