Boven de poolcirkel: Zweeds Lapland, deel 2

Ik beloofde een vervolg op de eerste post over Lapland, en kijk eens hier!
De setting is nog steeds een bevroren landschap in noordelijk Zweden; de temperatuur schommelt tussen 2° boven en 16° onder het vriespunt.

Zaterdag: ice ice baby

Overnachten in een ijshotel is zo typisch iets wat je één keer in je leven moet doen, al is het maar omdat je niet elke dag de kans krijgt om je innerlijke yeti te manifesteren. Wij mochten ons neervleien in het Iglootel in Arjeplog, dat volledig gebouwd is uit sneeuw (dus niet uit ijs) en de gezelligste kamers heeft die je je maar kan voorstellen bij een hotel waar de temperatuur permanent -4° celsius bedraagt. In elke igloovormige kamer kunnen 6 mensen de nacht doorbrengen, op rendiervellen die gelukkig wel op een normale matras liggen. Elke kamer is voorzien van mooie motieven in de sneeuwwand en van gezellige ledverlichting (ik wist niet dat dat kon, led en gezellig in 1 zin).

koud slapen in een iglo

slapen in een iglo

kamer iglo hotel

Ze sturen je natuurlijk niet met je negligeetje de iglo in. Je krijgt bij het inchecken een dikke winterslaapzak, een fleece liner, een opblaasbaar kussentje, en de raad om te gaan slapen met thermisch lang ondergoed (maar geen extra lagen), sokken en vooral ook een muts, om te voorkomen dat alle warmte langs je hoofd ontsnapt.

Je tas mag je achterlaten in een verwarmde containerruimte, zodat je ’s ochtends je broek niet breekt bij het aantrekken ervan. Eens je ook de ijsbar (wiskeyshotjes uit ijsglazen!), de party-iglo, de BBQ-iglo (met gat in het plafond), en de sauna aan een nader onderzoek hebt onderworpen, zit er niks anders op dan in je slaapzak te kruipen.
Eerste keer dat ik in niks dan thermisch ondergoed, sokken en een muts door de gangen van een hotel liep, maar goed, voor alles een eerste keer natuurlijk.

bar iglo hotel

hot tub lapland zweden


In slaap geraken ging moeizaam in mijn geval. Hoe goed je de twee slaapzakken ook probeert dicht te snoeren; bij elke beweging komt een gulp ijskoude lucht binnen langs je nek. Brrrr. Die lucht is, ongeacht de buitentemperatuur, altijd -4°. Zelfs voor iemand die ’s winters met het raam open slaapt is dat toch behoorlijk frisjes te noemen. Je ligt daar dan, in plaats van schaapjes wolkjes te tellen die je bevroren adem vormt, en uiteindelijk val je toch in slaap.

Ik had kunnen weten dat mijn miniblaas moeilijk ging doen, want om 3u ’s nachts protesteerde die. Nog 4u wachten ging niet lukken. Blasted. Een toilet run bij -4° is niet bepaald aangenaam, laat staan de worsteling om met verkleumde vingers terug in die twee slaapzakken te geraken. Al een geluk dat ik hier een diploma voor gekregen heb!

Voor het comfort moet je het niet doen, maar het is absoluut een ervaring, eens in zo’n iglo slapen. Prijsgewijs valt het al bij al nog mee, zeker in vergelijking met het bekendere ijshotel. Maar het blijft toch €100 om in een slaapzak in de vrieskou te liggen maffen. :)

(Ik filmde ook een beetje in het Iglootel, in Instagram Stories-formaat dus verticaal. Klikken om te zien!)

Zondag: en route pour le poolcirkel!

Van alle plaatsen ter wereld koos ik natuurlijk het poolgebied om mijn sjaal te verliezen. Maar zelfs met een bevroren hals is het wel speciaal om die denkbeeldige lijn te passeren. De baan ging ook de hoogte in, boven de boomgrens, heel ruig. Met momenten moeilijk te zeggen waar de hemel stopte en de bergen of de weg begonnen. In deze witte waas reden we voorzichtig de Noorse grens over. Net nadat ik vanochtend Zweedse postzegels kocht voor op mijn kaartjes – mijn hoofd werkt echt niet zo goed vandaag.


Onze eindbestemming was Bodø (spreek uit: ‘Boedu’) aan de Noorse kust, en om daar sneller te geraken van aan de Zweedse grens namen we de trein uit Lønsdal. Treinreizen hebben sowieso hun charmes (met uitzondering van woon-werkgependel) maar als de rit je door dit dergelijk landschap voert is het wel extra magisch – ik kwam ogen tekort. Gletsjermeren, fjorden, kleine dorpjes met rode huisjes, majestueuze bergen,…
De locomotief is voorzien van een ploeg om sneeuw van het spoor te ruimen. Van achter het raampje zie je dus de sneeuw in grote wolken opstuiven langs de flanken van de trein, als een extra Instagramfilter op het prachtige uitzicht.
Het station in Lønsdal krijgt een bijzondere vermelding voor quirkiness: een rood houten gebouwtje in de sneeuw, verwarmd door een gietijzeren kachel die de oorlog nog moet meegemaakt hebben, en bevolkt door weekend-trippers met ski’s en indrukwekkende hiking gear.

IMG_5224

Bodø: stad boven de poolcirkel

Bodø zelf is een speciaal klein stadje, niet bepaald mooi of charmant maar wel goed gelegen voor mensen die dit deel van Noorwegen willen verkennen. De Nordland-treinroute start hier, en de Lofoten-eilanden zijn maar een paar uur op de Hurtigruten-boot verwijderd. Eens geïnstalleerd in ons hotel aan de oude haven, gingen we op een korte tour van de binnenstad. De belangrijkste (winkel)straten worden hier met elektrische vloerverwarming ijsvrij gehouden, ook origineel!

bodo haven

In de winter vindt hier het UpNorth urban art festival plaats; in de winter blijven gevels vol streetart daarvan als stille getuigen achter. Er zit zelfs een werk van de Antwerpse street artist Dzia bij:

Golden Eagle by Dzia - Foto Ernst Furuhatt

Mijn persoonlijke favoriet was ‘After School’ van de Russische Rustam:

After School by Rustam
Een cocktail in één van de twee sky-bars die de stad rijk is, leek ons de ideale afsluiter van ons vijfdaags tripje. Helaas waren de bars van zowel het Radisson Blu als van het Scandic Havet-hotel gesloten op zondagavond, wat een idee. Dus bleef het bij een lekker etentje in restaurant Björk, in de volledig overdekte hoofdstraat Storgata. Stokvis blijkt, indien goed klaargemaakt, een echte delicatesse. En met één garantie: je zit de hele nacht met dat liedje in je hoofd (“Handjes draaien…”).

Addendum: de jacht op het noorderlicht

Je herinnert je misschien mijn mislukte poging om het noorderlicht te zien in IJsland. Op deze trip moest het lukken, ik was het zeker! Vijf dagen (en nachten) in winters Lapland, het gedroomde scenario. Maar helaas. Het was zo mooi geweest om de lichtjes te zien dansen vanuit de hot tub, of van aan de iglo. De voorlaatste avond was veelbelovend, met een witte sliert langs de horizon waarvan de Zweedse Stina ons zweerde dat het noorderlicht was, en dat het wolkachtige lint met wat geluk plots zou overgaan in een groen. Quod non. Ons hotel in Bodø voorzag me als troostprijs van een noorderlicht-themed bed, dat was wel sympathiek.


Ik troost mezelf met de gedachte dat zelfs dé Bill Bryson zestien dagen in Hammerfest moest rondhangen om het fenomeen te mogen aanschouwen (hilarisch boek trouwens, warm aanbevolen!). Ik lees dat ook Tjoolaard het befaamde natuurspektakel pas bij zijn vierde poging te zien kreeg.
Dus er is nog hoop! And if anything is het een schitterende reden om snel nog eens terug te keren naar deze noordelijke regionen…

 

Zweeds Lapland: Claire gaat op de Lappen, deel 1

husky hondenslee lapland

Een dagje Stockholm is snel voorbij, maar het vooruitzicht om Zweeds Lapland te gaan verkennen stond me hoegenaamd niet tegen. Het Zweedse Sami-gebied (want zo noemen de ‘Lappen’ officieel) is minder bekend dan het Finse, en toeristisch ook minder uitgebouwd. Abisko en Kiruna zijn nog de bekendste regio’s in Zweeds Lapland, maar wij gingen het iets zuidelijker zoeken, in de regio rond Arjeplog. “Zuidelijk” is natuurlijk relatief, als de poolcirkel binnen husky-loopafstand ligt, zit je niet bepaald in tropische regionen.

Lapland zeg! Ik stelde me sneeuw voor, veel sneeuw, en misschien een loslopende eland hier en daar, en voor de rest liet ik het vooral op me afkomen. De belofte van sneeuw werd van bij de landing in Skellefteå ingelost, al wees de thermometer 3° boven nul aan. Zo’n dikke laag smelt natuurlijk niet in 1-2-3!

Donderdag: geen Scandinavische crimi’s hier

Na een rit van een paar uur  vanuit Skellefteå belandden we aan in het ‘stadje’ Arjeplog. Het stikt hier van de mannen met een voorliefde voor zware motoren. In Arjeplog wonen ocharme 2000 mensen, maar in de winter verdubbelt dat aantal doordat delegaties van autobedrijven hiernaartoe afzakken om auto’s in winterse condities te testen.  Het is de streek van grote meren, uitgestekte bevroren vlaktes die ’s winters gewoon dienst doen als extra oppervlak om je van A naar B te verplaatsen (en dus als testoppervlak voor snelle wagens). En met de komst van buitenlanders ontstaan ook meer toeristische activiteiten, waardoor Arjeplog een handige hub kan zijn om dit deel van Zweeds Lapland te  verkennen.
Je ziet ook totaal niet dat je op een meer loopt! Ik had me dat voorgesteld als een blauw/doorzichtige gladde spiegel, een beetje griezelig  op te lopen, maar er ligt natuurlijk een massa sneeuw op dus je beseft niet eens dat je niet op de begane grond rondhopst.

Serieus afgelegen wel, als je hier een paar schoenen bij Zalando bestelt…ocharme die koerier :-)
Arjeplog is het 4e grootste district van Zweden en ze hebben welgeteld 2 politieagenten. Gelukkig snijden niet al teveel mensen mekaar hier de keel over, in tegenstelling tot wat Scandinavische crimi-series je willen doen geloven.

Maar vergis je niet, ook al is dit een gehucht omringd door honderden kilometers besneeuwde vlaktes, Thais eten en een cinemaatje hebben ze uiteraard wel:

Arjeplog blijkt ook over een charmant museum te beschikken, opgericht in 1965 door een dokter met een fascinatie voor de gebruiksvoorwerpen van Sami en ‘gewone’ Zweden. Voor zo’n klein dorp is het echt een indrukwekkend museum, absoluut een bezoek waard om bij te leren over de gebruiken, de geschiedenis en het alledaagse leven van de bewoners van deze koude streken. De koning was hier een paar jaar geleden op bezoek, deelde de enthousiaste gids ons meermaals en met gepaste trots mee (ik maakte het goedkeurend gebrom dat bij zo’n mededeling verwacht wordt). Op de benedenverdieping kregen we een charmant knullig filmpje te zien, met een dramatisch bombastische voice-over die in poëtische bewoordingen over het leven in Arjeplog berichtte. Er was ook net een tentoonstelling geopend met dit soort angstaanjagende schilderijen:IMG_4990

Speciaal. Elders waren een paar kamers ingericht zoals in de jaren ’40 en dat katapulteerde me terug naar één van m’n lievelingsboeken als kind: De Kinderen van Bolderburen van Astrid Lindgren. Met een beetje verbeelding zie je Britta, Olle, Lasse en co hier zo tapijtjes zitten weven of luisteren naar de verhalen van hun opa. Ik werd er zowaar een beetje nostalgisch van!

Rendierkebab

Wie mij kent, weet dat ik een zwak heb voor kampvuren en de gezelligheid die errond hangt. Op dat vlak is Lapland een droom. We hebben hier een paar keer mogen genieten van een boven het vuur gekookt festijn van rendiervlees, patatjes en de obligate lingonbessen, hier alomtegenwoordig. Dan zit je in een houten hutje in the middle of nowhere, in het donker rond het vuur. Je derrière zit op een rendiervelletje om warm te blijven en de geur van bakkend vlees hangt in de lucht, en dan kan je niet anders dan volmaakt tevreden zijn. Voeg daar een saunabezoek in een ander houten hutje aan toe, compleet met afkoelduik in een IJSkoud riviertje, gevolgd door een half uur in een houten kuip met water dat verwarmd wordt met een houtvuur…
Er branden fakkels langs de rand van je bad, fijne sneeuwvlokjes dwarrelen uit de lucht en smelten op je nog tintelende lippen. Sorry als het wat erotisch begint te klinken, haha, eigenlijk is het best een sensuele ervaring!

Zweeds Lapland Claire (27) Zweeds Lapland Claire (20) Zweeds Lapland Claire (21) Zweeds Lapland Claire (19) Zweeds Lapland Claire (3) Zweeds Lapland Claire (2) Zweeds Lapland Claire (4)

Vrijdag: vliegende kakskes

De mensen verplaatsen zich hier met de auto en met de sneeuwscooter, gaande van modellekes grasmachien (starten met zo’n trekkabel, grote stinkende benzinewalmen, oorverdovend lawaai) tot geavanceerde scooters die je amper hoort rijden. Of dat niet heel vervuilend was, zo door de bossen te gaan sjezen? Ik kreeg een scheve grijs terug. Wat verwachtte ik nu; dat ze uren door de sneeuw zouden gaan ploeteren op sneeuwraketten om ergens te geraken? Point taken.

Ik kreeg de kans om zelf op tocht te gaan met zo’n sneeuwscooter, wel eens kicken zo door de sneeuw racen! In de bochten moet je goed meeleunen want het sturen gebeurt door twee ski’s die aan de voorkant van het machien uitsteken. Niet evident. Toch gaat er volgens mij qua transport niks boven het gevoel van voortgetrokken te worden op een hondenslee. Geen storend lawaai van motoren, alleen het shhhhhhj van de slierende slee en het getrippel van hondenpootjes. Daarmee laveer je door de bossen, eindeloos lijkende rijen smalle pijnbomen en berken.
Minder idyllisch (dat zeggen ze er nooit bij) is de huskystront die je rond de oren vliegt en de bijhorende aroma’s.  Die honden kakken dus in volle galop tijdens het lopen, en we spreken over 8 honden waarbij de nood blijkbaar hoog was. Ik zat vooraan op de slee, wat behalve het beste zicht dus ook een paar vliegende drollen betekende. :-) 💩💩

husky hondenslee kakt
Hoe de max zijn die husky’s trouwens! Zo aanhankelijk ook, ze hebben me er moeten van weglokken met warme chocomelk :-) Supermooie ervaring dus. Wie graag door mooie foto’s van schattige husky’s in actie: @coldnosehuskies (waarmee wij op stap waren) zit ook op Instagram. Het koppel achter het bedrijfje wisselt af tussen tochten met toeristen en meedoen in lange-afstandsraces in o.a. Alaska; wat een fantastisch leven moet dat zijn!

Zweeds Lapland Claire (7) Zweeds Lapland Claire (9) husky hondenslee lapland
Zweeds Lapland Claire (12) Zweeds Lapland Claire (13) Zweeds Lapland Claire (11) Zweeds Lapland Claire (8)

Deel 2 van dit verslag, met iglo’s en poolcirkels (eigenlijk maar 1 poolcirkel) volgt snel!

10 uur in Stockholm/The Great Gatsby

img_4462-1

Ken je dat gevoel, wanneer je hart heel even 5 keer groter lijkt te worden? Een grijns op je gezicht, een paar seconden intens geluk? Ik had het zondagochtend onderweg naar de bakker langs de Kraanlei: onverhoopte eerste lentezon, nog niemand op straat, fluitende vogeltjes en verse pistoleetjes in mijn tas. Gisteren had ik het weer, toen ik van de metro stapte in hartje Stockholm. Een hele (ofja, een halve) dag voor mij alleen, zonder plan, een beetje dwalen en genieten van het Zweeds geroezemoes en de stralend blauwe hemel. Iedereen was blond en knap en at een ijsje, oprecht gelukkig met de eerste lentedagen. Mensen zaten op bankjes met het gezicht naar de zon gekeerd, als zonnebloemen, gretig de zonnestralen opslorpend. De outfit van de kindjes was nog niet helemaal aangepast aan deze weersverandering: overal liepen kleuters rond in van die heavy duty skipakjes, het voordeel daarvan is dat een zandbak kan bij 8 graden!

7 jaar geleden was ik al eens in Stockholm, in juni rond midzomerdag. Hoe lang ik er toen precies was weet ik niet meer, zo’n periode was dat toen. Ik was er ook alleen en logeerde bij de tante van iemand die ik al couchsurfend in Amsterdam had leren kennen. Ook toen scheen de zon, in mijn hoofd strekken zich permanent blauwe hemels uit boven Stockholm, dat zal wel niet. Gisteren was dus een beetje de winterversie van mijn bezoek toen, al richtte ik mijn aandacht nu op een wijk die ik vorige keer niet bezocht had: Södermalm, zoals de naam het zegt ten zuiden van het centrum. De route van mijn hotel naar daar passeerde door het oude stadsgedeelte Gamla Stan, dus kreeg ik toch iets mee van de typerende okeren en oranje gebouwen, spitse kerktorens en lieftallige bruggetjes over het water.

Södermalm zelf is zo’n typisch stadsdeel waarvan delen zijn overgenomen door hipsters, en andere straten vuil en groezelig zijn. Epicentrum van het hipstergedeelte is SoFo (staat voor ‘South of Folkungagatan’, een lange straat) en het leuke daaraan is natuurlijk dat het er krioelt van de leuke bars, eethuisjes en toffe winkeltjes. Ik wandelde van het uitzichtpunt aan de Blecktornsgratan, via Mariatorget, door een paar buurten die er niet zo koosjer uitzagen, helemaal naar het hippe SoFo rond Nytorget. Hoewel de zon scheen, stond die nog heel laag, het was dus zoeken naar open plekjes waar ik rustig een beetje kon zitten lezen. Ik wandelde ook over het kerkhof van de Katarinakyrka en het verbaasde me hoe anders de graven er waren: enkel een rechtopstaande steen, dikwijls een grote kei, met aan elk graf een lantaarntje. Misschien raar om daar op een bankje te gaan zitten maar op een bizarre manier was het daar heel mooi en vredig.

Concrete tips geven voor SoFo is eigenlijk niet nodig, gewoon door de straatjes onder Folkungagatan en rond Nytorget dwalen en je komt vanzelf vanalles tegen. Mexicaans, Israelisch, veel Aziatisch,… meer keuze dan in Gent. Ik ging voor de Zweedse keuken bij Meatballs for the people (Kocksgatan) en hoewel het er mooi ingericht en ook heel lekker was, denk ik dat je elders meer waar voor je geld kan krijgen. Ik hoorde er bijna alleen Engels en Vlaams (!), het zal wel in één of andere stadsgids staan. En hoe moet ik mijn saus in godsnaam opsoppen met keihard vierkant knackebrod? :p


Volgende keer (yes please!) ga ik voor baba ganoush bij Levantine Kitchen of misschien een burger bij Brickyard… Of iets kleins Thais, want her en der staan hier wat wij frietkoten zouden noemen maar dan met loempia’s en curry’s. Mmm massaman curry…

Het is natuurlijk Stockholm dus ook aan designwinkeltjes en concept stores/koffiebars geen gebrek!

Ondanks de 11 graden werd het bij valavond toch serieus friskes, en dus ging ik een filmpje meepikken. Daarvoor had ik wél wat research gedaan want ik kom graag in kleine cinemaatjes in het buitenland. Mijn favoriet, Bio Rio, lag iets teveel uit de weg om er vlot te geraken, dus trok ik richting centrum, waar twee onafhankelijke bioscoopjes broederlijk naast elkaar opereren: Saga en Rigoletto. Prachtige gebouwen, vind ik zelf, al is de ticketbalie meestal vervangen door touchscreens.


Ik eindigde mijn dagje Stockholm in schoonheid in de bar van mijn hotel, het Haymarket Scandic (een tip van Heidi van Take me to Sweden). Die flits van intens geluk die ik eerder omschreef? Daar. Constant. Het is als rondwandelen in the Great Gatsby. Helemaal roaring twenties, van de kamernummers en de tapijten tot de muziek in de indrukwekkende lobby en flamingotegelwerk in de douche. Kon ik hier maar wonen…ik zie me daar al rondzweven in een avondjurk, cocktail in de hand, dansen op de tunes van Django Reinhardt. Of in dit geval laarzen en een coltrui in plaats van wapperende kleedjes; mijn garderobe was ingepakt in functie van arctische temperaturen en niet voor een acte de présence in elegante hotelbars. Ondanks mijn lompe plunje raakte ik aan de praat met de driekoppige liveband: Magnus, Hampus en Thomas (I’m not making this up). En de cocktails…die waren wél present. A day to remember!

Vandaag vlieg ik door naar Skellefteå in Lapland (spreek uit “Sjeléfteo” of dat maakten m’n nieuwe vrienden me toch wijs), waar ik andere deelnemers aan de studiereis naar de Arctic ontmoet. Spannend!

(Klein addendum: In juli worden roamingtarieven in Europa afgeschaft, haleluja! Het is nog niet zo ver, dus vertrouwde ik op geweldige app maps.me (een offline Google Maps eigenlijk) om makkelijk mijn weg te vinden met de metro enzo. Ook handig voor verre reizen: je downloadt de kaart van het land, en alle hotels, resto’s, tankstations, bankautomaten etc zitten er meteen ook in, klaar voor offline gebruik. ’t Is maar een tip!)

Losgehen in het Zillertal

Vorige week stond ik een week op de lattten in Oostenrijk, meerbepaald in Gerlos in het Zillertal. (Hashtag Gerlosgehen!)

Het was 4 jaar geleden dat ik nog eens echt op skivakantie geweest was, en haleluja: ik kon het nog. Persoonlijk vind ik Oostenrijk een leukere skibestemming dan Frankrijk: gemütliche huisjes en chalets in plaats van de vaak nogal lelijke buildings in Franse skigebieden, lekker eten en niet te vergeten een grotere après-ski-cultuur! Lekker fout, en onze Noorderburen vinden ook massaal de weg hier naartoe, maar geef toe: een après-ski zonder foute Duitse carnavalhits en een paar Jägerbombs of Heise Oma’s, is geen échte après-ski hé. Om nog te zwijgen van de op de toog dansende meisjes in Heidi-kleedjes! Welkom in Tirol :-)

Elke reis staat of valt natuurlijk met het reisgezelschap, en dat was een schot in de roos. Ik was op stap met 7 ex-collega’s en dat liep echt gesmeerd. Zo goed gelachen!

We kregen te maken met alle mogelijke weersomstandigheden, van sneeuwstorm tot stralend blauwe hemel en zelfs een volledige dag plensende regen. Het skigebied Zillertal is zodanig groot, zeker met die Hintertux-gletsjer erbij, om geen enkele piste twee keer te moeten doen. Ik heb af en toe gevloekt (verzuurde kuiten!) maar ik zou onmiddellijk opnieuw vertrekken.

Gerlosgehen in een notendop, dat was:

  • De hele dag zalige pistes doen, nog altijd schrik hebben van jumps, en maar 1 keer de groep kwijtraken.
  • Lunch met Kaisersmarren, curryworsten en Almdudler in gezellige berghutten met open haard.
  • Een held meehebben die onze gekwetste vriendin op zijn rug meenam, de piste af.
  • De skidag eindigen met een uitgelaten bezoek aan Seppi’s, de après-skibar op de laatste piste. Verraderlijk detail: de zwarte piste die je dan nog af moet om het dal te bereiken. Na het slotsein (Pavarotti met ‘Con te partiro’ door de luidsprekers) was het dus vooral kwestie om de dronken Hollanders te ontwijken waarmee de pistes bezaaid lag. Vrolijk zingend op dé skihit “Johnny Däpp” lukte dat wel. Eens beneden nog even verderfeesten in Luigi’s Turbo Bar, én in de taxi naar huis.
  • Gaan wandelen in de sneeuw tijdens een dagje me-time. Als het aan mij lag gingen we ook een dag met z’n allen sneeuwschoenwandelen en rodelen, ik hou wel van wat afwisseling! 
  • ’s Avonds verbroederen met onze Nederlandse buren en Jägermeister. Tophit met de welluidende naam “Dikke tieten Kartoffelsalat” ontdekken in een Spotify-après-skilijst en daar de hele week mee in ons hoofd zitten.
  • Samen naar de Mol en Temptation Island kijken is zoveel leuker dan alleen! 
  • Thuiskomen met duizend inside jokes. 

Ik mis mijn Johnny Däpp’kes nu al! 

Gelukkig roept een nieuw avontuur: momenteel zit ik in het vliegtuig richting Stockholm. Daar spendeer ik vandaag de dag (waarschijnlijk het Fotografiska-museum en misschien vanavond een filmpje meepikken), om morgen door te vliegen naar Skellefteå, de toegangspoort tot Zweeds Lapland. Het is er momenteel 5 graden boven nul dus ik ben eens benieuwd! 

Nicky is ondertussen gaan skiën in Chamonix, hij test uit hoe het is om op je eentje te gaan skiën (jawel, er zijn hostels in Chamonix of toch minstens één!) en heeft me beloofd dat hij een verslagje maakt voor Vree Ver Weg. More to come, dus!

Weer zo’n irritante blogger

Drie recente incidenten die ik efkes wil delen, en een sluimerend dubbel gevoel daarrond.

Incident 1: Onlangs vertelde ik één van m’n kennissen over Vree Ver Weg. “Oh nee,” zei die, “Zeg mij nu niet dat jij zo’n omhooggevallen blogtrut bent! Leest iemand dat, al die gesponsorde outfitposts en zelfingenomen verslagen uitstapjes en shoplogs??”
Oeps, efkes confronterend (al moest ik wel even verduidelijken dat ik geen modeblog heb :-)).

Ben ik een blogtrut? I sure hope not! Ten eerste denk ik niet dat ik als ‘blogger’ kan gecategoriseerd worden. Daarvoor ligt de blogfrequentie hier veel te laag. Idem voor mijn ‘reach’. Want inderdaad: wie leest dat? Dikwijls heb ik het gevoel dat blogs vooral gelezen worden door andere bloggers, en dat alles een beetje in rondjes draait. Ten tweede hoop ik vooral dat ik geen trut ben :-)

Incident 2: Een eerlijke vriend die me vertelde dat hij mijn blog bewust niet leest, omdat hij er alleen maar jaloers van wordt. Wie zit er te wachten op iemand die stoeft over haar reizen waarop je zelf niet mee was?

Right, dat is natuurlijk niet de bedoeling. Ik merk dat ik me zelf ook meer en meer erger aan de Instagram-accounts, blogs en Pinterest-quotes die reizen als statussymbool verheerlijken. Wie niet reist, leeft niet écht, volgens die norm, en is een bekrompen filistijn wiens blik op de wereld niet verder reikt dan een etentje bij de Turk. En als je niet van reis terugkomt met professionele selfies (hebben die allemaal een fotograaf mee op reis ofzo?) kan je evengoed niet vertrekken. Ik word daar zelf een beetje kregelig van (beetje ironisch zeker voor iemand met een reisblog?).  Niemand moet zich verheven voelen boven de rest omdat hij/zij de luxe heeft om op reis te gaan. Ik ken genoeg mensen die nooit op reis gaan, omdat ze daar de behoefte niet aan hebben. En dat is perfect OK.

Incident 3: Vorige week kreeg mijn bonnemaman een trombose en was het een paar dagen niet zeker of we ze überhaupt nog terug gingen krijgen. Inmiddels is ze weer helemaal de oude, maar dat is weer zo’n moment waarop ik mezelf heel onnozel voel als ik een blogartikel deel op Facebook.

Al die dingen zorgen ervoor dat ik niet zoveel zin heb om te bloggen. Ik wil niet dat mensen denken ‘daar is die Claire weer, zitten stoefen over haar reis!’ Ik wil gewoon af en toe een leuke ervaring delen. Ik ben de Lonely Planet niet. Mijn posts moeten niet alle correcte praktische info bevatten voor een bestemming. Ik heb geen professionele cameria en mijn selfies zijn 9 op de 10 keer voorzien van een dubbele kin of een photobomber in de achtergrond. Mag het? :-)

Vree Ver Weg was altijd bedoeld als gewoon verhaaltjes vertellen.
Destijds was bloggen een handig alternatief voor de mailtjes die ik van op reis naar vrienden en familie stuurde. En reizen is nog altijd iets wat ik graag en veel doe, en uiteraard  is het een dankbaar onderwerp. Als uit Vree Ver Weg leuke kansen uit voortkomen: des te beter, maar de nulmeridiaan loopt niet door mijn gat. (Dat klinkt vrij pijnlijk dus al een geluk!)
Al mag ik op Instagram natuurlijk wel stoefen als ik aan het zwembad op de camping lig hé, blogtrut die ik ben 😉

Trouwens for the record: ik deel hiermee puur mijn dubbel gevoel bij bloggen/reisfoto’s posten. Dit is dus hoegenaamd geen aanval op (reis-)bloggers die het professioneler willen aanpakken dan ik. In tegendeel, ik ben fan van authentieke, goedgeschreven blogs als Wanderer’s Blues, Days on the Road en Tjoolaard. En de reizen die zij maken steken dan weer míjn ogen uit. Dan is de cirkel rond, zeker? 😉

De kleine hoarder in mij

Kelly schreef onlangs over kaartjes. Kaartjes van papier, zoals dat vroeger zo normaal was. Grappig want ik vond het zelf al lang eens tijd om eindelijk uit de kast te komen als cartofiel (I just made that up).
Het is een feit dat ik, 18 jaar nadat mijn laatste pennenvriendinnetje naar mijn e-mailadres vroeg, ik nog altijd meermaals per dag in de brievenbus kijk. Er zou maar eens iets leuks kunnen inzitten. Post is soms het leukste cadeautje.

Helaas voor mij en mijn doos ‘KAARTJES’ (ja die bestaat) gebeurt het bijlange niet zo vaak meer dat er een handgeschreven leutigheidje in de bus zit. Anderzijds heb ik vrienden en een lief met begrip voor mijn -ernstige, maar niet fatale- conditie. Ze sturen me kaartjes uit het buitenland – een vriend stuurt naar eigen zeggen nog twee kaartjes van op reis: één naar zijn oma, en één naar mij. Hoe lief!). En ze sturen me kaartjes met kerst, want behalve een cartofiel ben ik ook een kerstofiel. Die komen respectievelijk aan de frigo en aan mijn kerstkaartenslinger te hangen.
En toen we in oktober mijn verjaardag in Vietnam zouden vieren, verzamelde Nicky vooraf kaartjes bij familie en vrienden om me er de ochtend van mijn verjaardag mee te verrassen. Ik bedoel maar. KAARTJES!

IMG_9760
32 worden tussen de rijstvelden. Met meer dan 10 Belgische verjaardagskaarten :-)

Ik gooi ook nooit ofte nimmer een kaartje weg. Wat ik daarnet zei over mijn doos ‘KAARTJES’? Dat was gelogen, want het zijn er drie. Eén voor verjaardags-, kerst- en zomaarkaartjes; één voor trouw- en geboortekaartjes, en één voor postkaartjes van op reis. En met  ‘drie’ bedoel ik natuurlijk acht, want in mijn ouderlijk huis staan nog de dozen van voor ik het huis uitging. *kuch*hoarder*kuch*.
Nee serieus, kaartjes weggooien is heiligschennis. Period. (top topical!!)

Vorige week had ik een kleine aanval van “aah het is hier zo rommelig!” en vlogen alle postkaartjes van mijn frigo, zodat je nu bijna de oorspronkelijke kleur ervan kan zien onder alle magneten. Ik herlas alle kaartjes één voor één, om ze nadien op te bergen in de doos. Toen herlas ik elk kaartje in de doos, en waren we weer 2 uur verder.
Wist je trouwens dat er maar liefst 6 kaartjes in zitten die door mezelf in een exotisch oord geschreven en gefrankeerd zijn, en niet op de bus gedaan? Bij deze: Hugo & Sarie, hier ligt nog een kaartje uit Bali voor jullie. Kevin & Koen: idem uit Marrakech. En voor iemand me ervan beschuldigt dat ik het expres doe om het kaartje te kunnen houden: in de meeste landen (steden?) koop ik er ook eentje voor mezelf. Soms stuur ik het zelfs op en ben ik blij als een kind wanneer het toekomt. Voilà, tot zover de biecht.

Of nee wacht. Eén keer stuurden we een kaartje met de app Postcard van de Post. Eigenlijk een geweldige app. Op de voorkant van het kaartje komt één van je eigen reisfoto’s, via je app verzend je de boel en tadaa: en een dag later ligt het gepersonaliseerde kaartje al op de deurmat van de bestemmeling. Maar toen zag ik bij één van die bestemmelingen de getypte tekst op de achterkant en dacht ik….nèèèèh. Dit wordt geen grote liefde. Waarmee mijn kortstondige affaire met de de postkaart 2.0 ten einde was.
Nu is de biecht echt voorbij!

Ik toon jullie nog een paar van mijn mijn schatten :-) (met excuses voor de mottige foto’s; daglicht is niet het sterkste punt van ons appartement)

Echte vrienden sturen ook kaartjes als ze op weekend gaan in eigen land:

kaartjes uit blankenberge sint-idesbald en malmedy

Deze kaartjes kreeg ik zo te zien onder lichte dwang:

Supermooi kaartje uit de US, een reproductie van de posters die in de jaren 30 gemaakt zijn om de nationale parken te promoten (hier zie je ze allemaal). Toen we nadien zelf naar de Amerikaanse Westkust trokken, schafte ik er me zelf wat aan. De bedoeling is dat die ooit in een kader aan de muur komen:

IMG_3258IMG_3259

De vriend met de oranje camionette vond in Salzburg geen kaartje dat hem aanstond, en knutselde er dus zelf eentje:

IMG_3253

Kaartje van de familie Mozart. Creepy yet classy, en ook al uit Salzburg! Wat valt er daar te doen dat ik niet weet?

IMG_3254

Mijn collectie naar het thuisfront gestuurde kaartjes uit Australië en Nieuw-Zeeland. Die ik zelf geconfisqueerd heb, of ze vliegen nog de vuilbak in!

IMG_3262

En uiteraard: copulerende lama’s. Want landschappen zijn zo overrated:

IMG_3261

2016: een top reisjaar!

29 december, 7u30 en aan wachten op onze vlucht naar Berlijn (wiehoew!). Het is nog maar de tweede keer dat ik oudejaar in het buitenland ga vieren (de eerste keer was 7 jaar geleden in Sydney) en ik heb er zin in! Ons 4-daags bezoekje aan vriendin Tine (die tijdelijk in Berlijn woont) is meteen het laatste tripje van 2016 én het eerste van 2017. Een goed begin van wat hopelijk weer een goed reisjaar wordt.
2016 was wel extreem, wat reizen betreft. Ik denk dat ik nog nooit zo vaak weggeweest ben. Mijn nieuwe job (bij KrisKras) heeft daar natuurlijk grotendeels mee te maken: niet alleen heb ik meer vakantie dan vroeger, maar probeer maar eens thuis te blijven als je dag in, dag uit bezig bent met reizen en zalige reisroutes ziet passeren!

Minder blij met mijn geglobetrot (dat is vanaf nu een woord) is mijn spaarvarken, dat zo goed als niet gespekt is geraakt dit jaar. Fair to say dat ik serieus boven mijn stand geleefd heb. Spijt heb ik daar niet van, want ik heb toch maar mooi weer een stukje van de wereld gezien. Elke trip was de moeite waard, van een paar dagen Rotterdam, Leuven of Hamburg tot 3 weken Vietnam; maar twee reizen staken er duidelijk bovenuit.

Toppers in 2016

De twee reizen die me het meest zullen bijblijven, zijn die naar New York en ons weekje kamperen in de Dolomieten. 

New York was nog veel epischer dan ik me had voorgesteld, en om die stad te kunnen ontdekken met familie was iets om nooit te vergeten. Als ik eraan terugdenk zit ik gegarandeerd met een grote smile op mijn gezicht.


Over de week in de Dolomieten is nog niet geblogd, hoewel het er onwaarschijnlijk prachtig was. Ik was bijna vergeten hoe graag ik in de bergen rondhuppel. Aangenaam warm maar niet heet, frisse berglucht, groene alpenweiden, bergmeertjes en milkakoeien, alles een beetje trager doen (wat je van backpacken in Vietnam niet kan zeggen!)… Added bonus was de locatie van de bergen in kwestie. We zetten ons tentje op in Zuid-Tirol, een regio die misschien wat oubollig klinkt maar die de perfecte mix heeft van Oostenrijkse gemutlichkeit en Italiaanse keuken. Heerlijke pasta’s midden in de bergen, yes please!


Een hele week op dezelfde plek logeren was ook echt eens fijn. Ik ben van mezelf nogal rusteloos en onthaasten op de camping deed me echt deugd (zeker met zo’n zicht op de Seiser Alm!). Al moet ik erbij zeggen dat we ook een nacht in een berghut geslapen hebben tijdens onze tweedaagse wandeling :-) Het bloed gaat waar het niet kruipen kan, zeker? Absoluut voor herhaling vatbaar, zo’n meerdaagse tocht. Om de wandeling zelf, natuurlijk (toch een beetje mezelf overwonnen, onder lichte dwang van m’n sportief lief), maar ook om de berghut! Op een grote zolder slapen naast Italiaanse families en Duitse studentes, de geur van zweetsokken, ontbijten met zicht op de wolken, ’s avonds gezelschapsspelletjes spelen in een bommadecor met andere wandelaars,… ik hou wel van die kneuterigheid :-) Noem het hygge en het is ineens hip!


Ik besef dat ik oneer aandoe aan de andere geweldige bestemmingen in 2016. Hamburg was top en een aangename verrassing, Tel Aviv exotisch en spannend, Andalusië een beetje nat maar wie maalt daarom als je midden op de dag een dutje mag (moet!) doen? 

Nu nog tijd maken om fotoalbums te maken, zo’n fysieke weerslag blijft toch een meerwaarde vind ik. Dat zal dan een taakje voor in 2017 zijn!

Ik wens iedereen een topjaar toe. Dat iedereen gezond mag blijven, dat er lekker eten op tafel komt, dat je een stukje van de wereld mag zien, dat je mag knuffelen en geknuffeld worden, dat er rust in je hoofd mag zijn. En een goed feestje vanavond! :-) 

Dingen die ik niet had verwacht over Israël

Sinds dinsdag zijn Evi & ik terug van een 5-daagse in Israël! Behalve Tel Aviv zijn we er ook met het openbaar vervoer op uit getrokken naar de Dode Zee en Jerusalem en dat was een zeerrrrr goeie beslissing.

Laat ik beginnen met een paar dingen die me zijn opgevallen in het land van de eeuwige hummus en die ik niet meteen verwacht had!

  • Dat de mensen zo vriendelijk zouden zijn. Uit mijn eerdere ervaringen met Israëli was ik al half tot de conclusie gekomen dat dat allemaal arrogante, onbeleefde egotrippers waren. Maar in Israël zelf, zonder zeveren -met uitzondering van 1 lompe boer- alleen verblindend vriendelijke mensen tegengekomen. Behulpzaamheid van het normale soort, als in: mensen die zien dat je op de kaart staat te kijken en vragen of ze misschien kunnen helpen, tot extreme voorbeelden: tot twee keer toe stopte een auto midden op de baan omdat hij anders door Evi’s foto zou rijden. Of ze waren undercover spionnen en wilden daarom niet op de foto, dat kan natuurlijk ook.
  • Dat de Dode Zee vettig zou zijn. Dat wist ik nu eens echt niet, se. Blijkbaar zorgen al die zouten en mineralen in dat water daarvoor (de exacte chemische uitleg laat ik aan experts over). Op het hele -trouwens spiegelgladde- wateroppervlak ligt een film alsof er juist tien pullen zonnecrème uitgegoten zijn. Zelf kom je helemaal glibberig uit het water, niet van het elegante soort waarbij je van die droge olie over je gebronsde lijf gesmeerd hebt, maar echt alsof je in een badje Bertoli Extra Vierge liggen dobberen hebt. Speciaal :-) Het water was overigens wel helder, dus het zag er daarom niet vies uit ofzo.

tel-aviv-2016-vree-ver-weg-claire-bracke-21

  • dat ik mij geen seconde onveilig zou voelen. Israël is natuurlijk nogal controversieel als bestemming, niet alleen omwille van mogelijke aanslagen. Maar het gekke is dat, hoewel het conflict met de Palestijnen wel héél dichtbij wordt uitgevochten, je daar (op dat moment) quasi niks van voelt in het dagelijks leven. Ik had verhalen gehoord van road blocks met controles, van een overweldigende militaire aanwezigheid in Jerusalem en van snauwende douaniers. Wij zagen vooral veel 18-jarige jongens en meisjes die hun legerdienst plezant proberen maken. Kereltjes met een babyface die met hun uniform en kalasjnikov poseren voor de foto of flirterige opmerkingen maken, meisjes die er sexy, hip of zelfs schattig uitzien in hun veel te stoer legerpak, maar nooit geváárlijk. Nu zijn we natuurlijk geen gesprek over de Israelische politiek begonnen, je moet het ook niet zoeken :-) Wél heel raar: soldaten in burger maar met wapen. Dan zie je een blond meisje lopen met een hip kleedje en een kalasjnikov nonchalant over de schouder geslingerd. Het semi-automatisch wapen als lokaal mode-accesoire.

tel-aviv-2016-vree-ver-weg-claire-bracke-19tel-aviv-2016-vree-ver-weg-claire-bracke-30

  • dat het zo modérn zou zijn. Niet dat ik nu had verwacht dat er kamelen en tulbanden aan te pas zouden komen, maar het blijft toch het Midden-Oosten en daar vormen wij ons toch een specifiek beeld van. Iets met gammele bussen, chaos in de straten, locals die geschoffeerd zijn door je blote benen, en ABSOLUUT GEEN WATER VAN DE KRAAN DRINKEN. In de plaats kregen we lijnbussen met airco en on-board wifi, een gay beach, reden hippe mensen rond op e-bikes en trotinetten, waren er wolkenkrabbers en muren vol street art, en bleek kraantjeswater in heel het land perfect drinkbaar. Dat zal natuurlijk wel eigen zijn aan Tel Aviv, dat bekend staat als enorm liberaal en modern. Maar dan nog.

tel-aviv-2016-vree-ver-weg-claire-bracke-7tel-aviv-2016-vree-ver-weg-claire-bracke-2

tel-aviv-2016-vree-ver-weg-claire-bracke-12

  • dat het openbaar vervoer anderhalve dag per week gewoon plat ligt. Ik wist natuurlijk wel dat zaterdag sabbat is, de joodse rustdag. Maar dat die al op vrijdagnamiddag om 16u begint, én dat er tout court géén openbaar vervoer is tijdens de sabbat (ook niet in modern en overwegend seculier Tel Aviv), daar had ik blijkbaar overgelezen. Handig als je ’s vrijdags om 15u toekomt op de luchthaven 😀 De man aan het treinloket liet ons zonder ticket op de trein springen omdat het de laatste was, sympathiek want aan taxi’s (die wel rijden op sabbat) ben je ook snel een berg shekels kwijt.
  • ook over het Hebreeuws één en ander bijgeleerd! Bijvoorbeeld dat Hebreeuws één van de enige dode talen ter wereld is die succesvol gereanimeerd werd. Met een eigen schrift, dat van rechts naar links gaat, waardoor wij menukaarten altijd omgekeerd vasthadden. En met veel gggg-keelklanken (op dat vlak heeft het iets Hollands) en een vree Franse ‘r’. ‘Isrrrraël’, zeggen ze. Cijfers gaan trouwens wel van links naar rechts!

tel-aviv-2016-vree-ver-weg-claire-bracke-11tel-aviv-2016-vree-ver-weg-claire-bracke-20tel-aviv-2016-vree-ver-weg-claire-bracke-15

Veel dingen staan in drie verschillende schriften aangeduid (Hebreeuws, Arabisch en ons Latijn schrift) maar er komt ook veel gokwerk aan te pas. We waren bijvoorbeeld op zoek naar een adresje uit de Lonely Planet, maar aangezien je nergens uithangborden of namen kan lezen, is dat niet zo evident. Bushaltes: nog zoiets. En al een chance dat we niet moesten tanken!tel-aviv-2016-vree-ver-weg-claire-bracke-14tel-aviv-2016-vree-ver-weg-claire-bracke-16

Over nostalgie en mijn 10-jarig blogjubileum

Ik heb van mijn leven nog nooit op een Gmail-advertentie geklikt, tot vandaag. Want wat vandaag boven mijn spam-mails stond te blinken, trok voor een keer wél mijn aandacht.
“Blookup,” stond er, “Tranform your blog into a book.”

Nu moet je weten dat ik destijds een Erasmus-blog bijhield over mijn jaar in het Spaanse Valencia. Hééél af en toe schiet mij dat weer te binnen en ga ik een beetje lezen en mijmeren over dat speciale jaar, dat mijn leven op zoveel vlakken een andere wending gegeven heeft. Maar de blog in kwestie staat op een oude Blogger-pagina, en wie weet hoe lang duurt het nog voor dat, 73 posts incluis, allemaal plots verdwijnt in het zwarte gat van de internet-archieven?

el-gran-salto
Dat ik die schrijfsels toch eens allemaal moest opslaan, dacht ik dan, maar ik zag me al zitten copy-pasten tegen de sterren op. Want we spreken over 195 pagina’s tekst – in die tijd lag mijn blogfrequentie ietske hoger dan nu, ahja met al die avonturen die ik op dagelijkse basis meemaakte :-)
En nu stond die advertentie daar plots, bijna op de kop 10 jaar nadat ik op Erasmus vertrok. Ongetwijfeld een teken van de Erasmus-goden.
(En ook, WABLIEFTERU?? 10 JAAR??!!? Daar had ik dus serieus tot vandaag niet bij stilgestaan…)

Dus: een geprint boekje van die blogposts, mooi in volgorde en met de foto’s erbij die ik toen met veel moeite op die site wist te krijgen, hoe leuk zou dat niet zijn? Een geïllustreerde samenvatting van de 4 dagboeken die ik tijdens dat jaar wist vol te pennen.
Enfin, ik heb mij dus zo’n boekje besteld, en ik vond dat de moeite waard om die site te delen. Kan niet anders of er zijn nog mensen die zoiets zochten maar tot nu toe niet vonden. Ik laat nog weten of het op iets trekt! Als het mij aanstaat, maak ik er ook eentje voor mijn posts uit Australië sie.

Ik heb er dus vanavond een heerlijk nostalgische avond opzitten, want alle 195 bladzijden opnieuw gelezen. En goed gelachen ook. Hoe anders je toch schrijft als je weet dat de enigen die meelezen je familie en dichte vrienden zijn. Hoe vlot het er toen allemaal uitvloeide; aan nalezen deed ik niet, want het was toch gewoon om het thuisfront op de hoogte te houden van mijn Spaans academiejaar. Op een bepaald moment zit er zelfs een post bij die bestaat uit 1 zin waarin ik mij kwaad maak omdat ik niet vaker mails van datzelfde thuisfront krijg.

Ook grappig: de dag dat ik tussen de soep en de patatten vermeld dat ik me heb aangemeld op Facebook.com (toen nog onbekend in België), en het omschrijf als “een soortement geavanceerde MSN-Spaces waardoor ik de foto’s van mijn maatjes hier naar hartelust kan stelen, hiephoi”. Haha, MSN Spaces!
Niet vergeten dus: op 22 oktober van dit jaar vier ik mijn 10-jarig Facebook-jubileum. Ik ben zeker dat ik daar een serieuze trendsetter mee was in België :-)

Ahja, voor wie zich afvraagt waar die blognaam ‘El Gran Salto Adelante’ vandaan kwam: dat is de Spaanse term voor ‘De Grote Sprong Voorwaarts’. Over die Maoïstische kunstgreep hadden we in de pol&soc zalig interessante lessen gekregen van ons aller lievelingske professor Doom en dat was blijven hangen. En aangezien een jaar alleen in een vreemd land gaan zitten voor mij een serieuze sprong in het duister was –ik had nog nooit op kot gezeten, sprak geen Spaans dat ik niet in Jommeke gelezen had, kon niet koken en ging nooit op reis (!)- was de naam snel gevonden.

Er zit trouwens een geniaal accurate (vind ik toch) omschrijving bij van een week Fallas in Valencia (de lokale Gentse Feesten, zeg maar). Die herpubliceer ik hier binnenkort eens, denk ik!